Eiser verzocht om een uitkering uit het Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg) voor kosten van tandheelkundige hulp na een geweldsmisdrijf op 6 januari 2010. Verweerster wees dit verzoek deels af, met name voor tandartskosten, omdat niet kon worden vastgesteld dat deze kosten rechtstreeks voortvloeiden uit het letsel door het misdrijf.
Na bezwaar handhaafde verweerster haar standpunt en wees ook het beroep af. De rechtbank oordeelde dat verweerster haar discretionaire bevoegdheid tot weigering van de uitkering redelijk heeft uitgeoefend. Medisch advies wees op een multicausale oorzaak van het tandenknarsen, waaronder stress, medicijngebruik en drugs, waardoor geen causaal verband met het geweldsmisdrijf kon worden vastgesteld.
De rechtbank stelde vast dat de brief van de tandarts van eiser wel degelijk was betrokken bij de heroverweging, maar dat dit geen aanleiding gaf tot herziening van het advies. Gezien deze omstandigheden was de weigering van de uitkering voor tandartskosten gerechtvaardigd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.