ECLI:NL:RBNHO:2013:6085
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.M. Verpalen
- M. Daalmeijer
- M.M. Kruithof
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel in cocaïne zonder bewezen medeplegen
De rechtbank Noord-Holland heeft verdachte schuldig bevonden aan het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet, namelijk de handel in cocaïne in de periode van 22 februari 2010 tot en met 5 november 2010.
Uit het onderzoek, genaamd Panda, bleek dat verdachte meerdere telefoonnummers gebruikte voor drugstransacties en dat afnemers hem herkenden als dealer. Diverse getuigenverklaringen en afgeluisterde telefoongesprekken ondersteunden de bewezenverklaring. Hoewel verdachte in het bijzijn van anderen bij deals was, ontbrak het bewijs voor bewuste en nauwe samenwerking, waardoor medeplegen niet bewezen werd verklaard.
De rechtbank achtte de strafbaarheid van verdachte onomstreden en legde een gevangenisstraf van zes maanden op, met aftrek van voorarrest, en een werkstraf van 240 uur. De rechtbank nam bij de strafoplegging de ernst van het feit en persoonlijke omstandigheden van verdachte in acht, waaronder het tijdsverloop sinds het feit en het ontbreken van recidive.
De rechtbank sprak verdachte vrij van hetgeen niet bewezen was en bevestigde dat het bewezenverklaarde feit strafbaar is. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Holland te Haarlem op 7 mei 2013.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf en 240 uur werkstraf voor handel in cocaïne, met partiële vrijspraak voor medeplegen.