Uitspraak
Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
- welke volgens de procedure van het Comité worden vastgesteld;
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres heeft een verzoek ingediend tot terugbetaling van €4.568,04 aan douanerechten, nadat haar verzoek door de inspecteur van de Belastingdienst/Douane was afgewezen. De rechtbank heeft het beroep behandeld en onderzocht of de aangifte ten invoer ongeldig kon worden verklaard op grond van het Communautair Douanewetboek (CDW) en de toepasselijke verordeningen.
De rechtbank stelde vast dat de goederen waren aangegeven als nieuwe luchtbanden, maar dat er discussie bestond over de juiste maat en of de goederen daadwerkelijk waren uitgevoerd naar Zuid-Afrika. Eiseres kon niet aantonen dat de aangifte ten invoer een vergissing was of dat de goederen onder een andere regeling hadden moeten worden gebracht. Ook was niet bewezen dat de goederen daadwerkelijk de Europese Unie hadden verlaten.
Verder oordeelde de rechtbank dat de e-mailcorrespondentie die eiseres aanvoerde onvoldoende bewijs leverde dat de geleverde goederen niet aan het contract voldeden. De containers waren niet geopend en stonden geruime tijd zonder douanetoezicht in de haven. Ook was geen sprake van een bijzondere situatie die terugbetaling op grond van bijzondere omstandigheden rechtvaardigde.
De rechtbank concludeerde dat verweerder niet onjuist of onzorgvuldig had gehandeld en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot terugbetaling van douanerechten wordt afgewezen.