Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
De procedure
De feiten
De vordering
- € 1.200,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 november 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 100,- aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten en nakosten.
Het verweer
Subsidiair voert Corendon aan dat de vordering dient te worden afgewezen omdat – kort samengevat – er sprake is van vertraging en er dan geen aanspraak bestaat op compensatie. Meer subsidiair voert Corendon aan dat sprake is buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens Corendon is tijdens de landing van de voorgaande vlucht een scheur ontstaan in het hoofdwiel. Deze scheur is ontstaan omdat er op de landingsbaan stenen en dergelijke lagen. Nadat het technisch personeel het hoofdwiel en de velg had vervangen, bleek dat de ring van de as ontbrak. Deze bleek niet op voorraad te zijn, waardoor de ring uit Londen naar Amsterdam diende te worden overgebracht. Dit heeft tot een vertraging van meer dan 10 uur geleid. Meer subsidiair voert Corendon aan dat [de passagiers] een onjuist compensatiebedrag heeft gevorderd, namelijk € 600,00 per persoon, terwijl op grond van artikel 7, eerste lid, sub b van de Verordening [de passagiers] recht heeft op compensatie van € 400,00 per persoon. De afstand tussen Schiphol en Dalaman bedraagt immers ongeveer 2.550 km.