Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.PROCESVERLOOP
2.DE BEOORDELING VAN HET VERZOEK
3.BESLISSING
W.Th. Delleman, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2013.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die de zaak tussen verzoeker en wederpartij behandelde. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid van de kantonrechter tijdens eerdere zittingen. De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld tijdens een zitting waarbij verzoeker niet aanwezig was.
De wrakingskamer heeft overwogen dat het verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 Rv Pro tijdig moet worden ingediend nadat de feiten en omstandigheden bekend zijn geworden. In dit geval lag er een periode van 26 dagen tussen de comparitie en het indienen van het verzoek, terwijl de vonnisdatum slechts vier dagen na het verzoek lag.
Verzoeker heeft geen toelichting gegeven op de vertraging en was niet aanwezig bij de zitting om dit toe te lichten. De wrakingskamer concludeerde daarom dat het verzoek niet tijdig was ingediend en verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk. De behandeling van de onderliggende zaak wordt voortgezet zoals deze was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek wegens niet-tijdige indiening.