Uitspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte als feit 3, feit 5 en feit 6 ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van het vervoeren van ongeveer 270 kilogram hasjiesj, het aanwezig hebben van ongeveer 35 kilogram hasjiesj en het bezit van een vals Grieks identiteitsbewijs. De feiten vonden plaats op 20 december 2012 te Wezep en Kwintsheul.
Verdachte werd vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten witwassen van twee zeilschepen en een geldbedrag van €1.600,-, alsmede van voorbereidingshandelingen gericht op het telen en vervoeren van cocaïne en hasj-olie, omdat het bewijs daarvoor onvoldoende was. De rechtbank oordeelde dat verdachte niet wist of behoorde te weten dat het geleende geld voor de aanschaf van de schepen uit misdrijf afkomstig was.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van twaalf maanden op, met aftrek van voorarrest, en wees een geldboete af. Tevens werd een gedeelte van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 87 maanden herroepen wegens het plegen van nieuwe strafbare feiten. Diverse in beslag genomen goederen werden onttrokken aan het verkeer, verbeurd verklaard of teruggegeven aan rechthebbenden.
De straf is gebaseerd op de ernst van de feiten, de aanzienlijke hoeveelheden drugs en het bezit van een vals identiteitsbewijs. Verdachte toonde zich coöperatief tijdens het proces, wat meegewogen is in de strafmaat.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf en gedeeltelijke herroeping van voorwaardelijke invrijheidstelling.