Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de vrouw, bijgestaan door mr. Van Lingen, voornoemd;
- de man, bijgestaan door mr. Busch;
- [medewerker raad], namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: Raad).
2.De beoordeling
- primair verzocht te bepalen dat de minderjarigen om het weekend bij hem verblijven, het ene weekend van zaterdag 11.00 uur tot zondag 19.00 uur en het andere weekend afwisselend op zaterdag of zondag van 11.00 uur tot 19.00 uur, alsmede iedere woensdag na het weekend waarop de omgang op zaterdag plaatsvindt van 14.00 uur tot 18.00 uur en de helft van de vakanties en feestdagen, in onderling overleg te bepalen, met dien verstande dat de minderjarigen tijdens de zomervakantie drie weken aansluitend bij de man verblijven en,
- subsidiair verzocht te bepalen dat de rechtbank de Raad voor de Kinderbescherming opdracht verstrekt om onderzoek te doen naar een passende zorgregeling voor[minderjarige 1], en de man nadien in de gelegenheid stelt om een verzoek tot vaststelling van een zorgregeling in te dienen.
www.meesterlijk.nl. Het resultaat van de onderneming bedroeg volgens het meerjarenoverzicht in de jaarrekening 2012 over de jaren 2010, 2011 en 2012 respectievelijk [euro] 102.000,00, [euro] 109.000,00, [euro] 106.000,00. Voor de berekening van het NBI van de man gaat de rechtbank, zoals gebruikelijk, uit van de gemiddelde winst uit onderneming over de afgelopen drie jaren, te weten [euro] 105.667,00. In beginsel gaat de rechtbank niet uit van prognoses. Anders dan de man, ziet de rechtbank ook in dit geval onvoldoende aanleiding om - in afwijking van de richtlijnen - bij de berekening van het gemiddelde resultaat het geprognosticeerde resultaat over 2013 in aanmerking te nemen, temeer nu het gemiddelde resultaat over 2011, 2012 en (geprognosticeerd) 2013 nagenoeg overeenkomt met voornoemd gemiddeld resultaat. De rechtbank acht het, mede gelet op de relatief constante resultaten van de afgelopen jaren, eveneens te voorbarig om thans reeds acht te slaan op de prognose voor 2014.
- de aftrekbare hypotheekrente van [euro] 326,00 per maand en de niet- aftrekbare rente van [euro] 253,00 per maand;
- [euro] 214,00 per maand aan opbouwSpaarrekening;
- [euro] 136,00 per maand aan premie ter zake van de zorgverzekering en een eigen risico van [euro] 350,00 per jaar;
3.De beslissing
5 maart 2014 PRO FORMAen verzoekt de Raad voordien voormeld advies aan de rechtbank te doen toekomen.