Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
- de man bijgestaan door mr. Overkleeft voornoemd;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Bergmans-Jeurissen voornoemd.
Rechtbank Noord-Holland
Partijen zijn gescheiden en de man was verplicht een maandelijkse uitkering tot levensonderhoud aan de vrouw te betalen. De man verzocht de rechtbank om deze bijdrage te verlagen naar nihil vanwege zijn ontslag en WW-uitkering, terwijl de vrouw inmiddels een nieuwe relatie heeft. De vrouw betwistte dat zij samenwoont met haar nieuwe partner als waren zij gehuwd en stelde dat zij volledig arbeidsongeschikt is.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden die herbeoordeling van de onderhoudsbijdrage rechtvaardigt. De man kon niet aantonen dat de onderhoudsverplichting op grond van artikel 1:160 BW Pro was geëindigd, omdat niet voldaan was aan de criteria van samenwoning en wederzijdse verzorging.
De vrouw ontving een WIA-uitkering en kon niet in haar eigen levensonderhoud voorzien. De man had een ontslagvergoeding ontvangen die deels gereserveerd mocht worden voor pensioenbreuk, maar het resterende bedrag moest worden aangewend om zijn inkomen aan te vullen. De rechtbank stelde vast dat de man tot 1 januari 2013 in staat was de bijdrage te voldoen, maar daarna niet meer. Daarom werd de bijdrage met ingang van die datum op nihil gesteld.
De rechtbank wees het verzoek van de vrouw om de man in de proceskosten te veroordelen af en bepaalde dat ieder zijn eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en staat open voor hoger beroep.
Uitkomst: De onderhoudsbijdrage van de man aan de vrouw wordt met ingang van 1 januari 2013 op nihil gesteld.