ECLI:NL:RBNHO:2013:11099
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in zaak deelname aan henneporganisatie en hennepteelt
Verdachte werd beschuldigd van deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met hennepteelt en aan gerelateerde hennepdelicten in de periode van 2000 tot 2010. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het eerste feit en bewezenverklaring voor de latere feiten in 2010. De verdediging stelde zich op het standpunt dat verdachte van alle feiten vrijgesproken moest worden.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte betrokken was bij de ten laste gelegde feiten. Hoewel er aanwijzingen waren dat verdachte vanuit zijn growshop bemiddelende handelingen verrichtte tussen klanten en een stekkenhandelaar, was er geen bewijs voor een nauwe en bewuste samenwerking gericht op illegale hennephandel. De bemiddeling werd gezien als een vorm van service inherent aan het runnen van een growshop, zonder strafrechtelijk laakbare betrokkenheid.
Gezien het ontbreken van bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Tevens werd de borgsom van € 20.000 teruggestort en het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. De rechtbank liet de door de verdediging gevoerde bewijsverweren onbesproken vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.