Uitspraak
De rechtbank stelt met betrekking tot het ten laste gelegde feit voorop dat het verwijt dat verdachte wordt gemaakt in de kern ziet op het medeplegen van het aanwerven in en/of het meenemen van de in de tenlastelegging genoemde [slachtoffer] uit het buitenland met het oogmerk [slachtoffer] in Nederland ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor anderen tegen betaling. Of hiervan sprake is geweest dient in het licht van de strekking van het artikel te worden beoordeeld, te weten het tegengaan van de uitbuiting van mensen.