Verzoeker heeft op 13 maart 2025 een persoonlijke betalingsregeling gevraagd voor terugvorderingen van toeslagen. Dienst Toeslagen bood op 8 juli 2025 een regeling aan van 24 maanden met een maandbedrag van €586,-, later verlaagd naar €338,- per maand na bezwaar van verzoeker. Verzoeker was het niet eens met deze regeling en stelde beroep in, waarbij hij tevens schorsing van de invordering vroeg via een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek en constateerde dat het griffierecht van €200,- niet tijdig was betaald, ondanks een aanmaning per aangetekende brief. Verzoeker gaf geen verontschuldiging voor het verzuim. Daarnaast verleende Dienst Toeslagen uitstel van betaling gedurende de beroepsprocedure, waardoor het spoedeisend belang ontbrak.
Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk en deed geen inhoudelijke uitspraak over de betalingsregeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 12 maart 2026 door mr. G. Schnitzler.