ECLI:NL:RBMNE:2026:969

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
UTR 24/3404
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15.33 Wet milieubeheerArt. 216 GemeentewetArt. 8:3 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen afvalstoffenheffing voor éénpersoonshuishouden wegens geen ongerechtvaardigd onderscheid

Eiseres kreeg een aanslag afvalstoffenheffing opgelegd voor een éénpersoonshuishouden door de gemeente Vijfheerenlanden. Zij maakte bezwaar tegen de aanslag en stelde beroep in bij de rechtbank omdat zij meende dat éénpersoonshuishoudens onevenredig zwaar worden belast, wat volgens haar in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.

De rechtbank overwoog dat de afvalstoffenheffing is gebaseerd op een door de gemeenteraad vastgestelde verordening, waarbij de gemeenteraad een ruime beleidsvrijheid heeft. De wet vereist geen rechtstreeks verband tussen de heffing en de hoeveelheid afval, waardoor een forfaitair stelsel is toegestaan.

De rechtbank sloot zich aan bij een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin werd geoordeeld dat de tarieven niet in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel of het rechtszekerheidsbeginsel. Het feit dat éénpersoonshuishoudens relatief meer betalen, is een gevolg van beleidskeuzes binnen de wettelijke grenzen en vormt geen ongerechtvaardigd onderscheid.

Daarom is het beroep ongegrond verklaard en krijgt eiseres het betaalde griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door rechter Y.N.M. Rijlaarsdam op 2 februari 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de afvalstoffenheffing voor een éénpersoonshuishouden wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van ongerechtvaardigd onderscheid.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/3404

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Vijfheerenlanden, verweerder

(gemachtigden: K.D. van den Bron en C. Madak).

Inleiding

1.1.
In de beschikking van 22 februari 2024 heeft de heffingsambtenaar een aanslag afvalstoffenheffing voor het perceel gelegen aan de [adres] in [plaats] voor het kalenderjaar 2024 opgelegd voor een éénpersoonshuishouden.
1.2.
Eiseres heeft tegen deze beschikking bezwaar gemaakt. In de uitspraak op bezwaar
van heeft de heffingsambtenaar de aanslag gehandhaafd.
1.3.
Tegen de uitspraak op bezwaar heeft eiseres beroep ingesteld. De heffingsambtenaar
heeft een verweerschrift ingediend.
1.4.
Het beroep is behandeld per zitting van 22 december 2025. Eiseres en de gemachtigden van de heffingsambtenaar hebben deelgenomen aan de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten
2. Eiseres woont aan het adres [adres] in [plaats] . Eiseres heeft op basis van de verordening afvalstoffenheffing van de gemeente Vijfheerenlanden een aanslag afvalstoffenheffing opgelegd gekregen ter hoogte van € 349,-, op basis van een éénpersoonshuishouden.
3. De afvalstoffenheffing wordt geheven op basis van de Verordening afvalstoffenheffing 2024 zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Vijfheerenlanden op 12 december 2023 (hierna: verordening afvalstoffenheffing).
4. Eiseres is het niet eens met de verdeelsleutel van de heffing en voert aan dat éénpersoonshuishouden door de hoogte van de bijdrage onevenredig zwaar worden belast. Op grond van gelijkheidsprincipe vraagt eiseres de huidige verdeelsleutel af te schaffen.
Beoordelingskader
5. Op basis van de Wet milieubeheer wordt afvalstoffenheffing geheven. [1] De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om een verordening op te stellen waarin de heffingsgrondslag wordt gekozen. [2] De gemeente heeft een ruime mate van beleidsvrijheid bij het vaststellen van de heffingsmaatstaaf en de tarieven van de afvalstoffenheffing.
6. De wet vereist niet dat de hoogte van de heffing in een rechtstreeks verband staat tot de hoeveelheid afval die door een huishouden feitelijk wordt aangeboden. Een forfaitair stelsel is toegestaan.
Beoordeling van het geschil
7. Eiseres voert aan dat de regeling oneerlijk, gedateerd en discriminerend is. Eénpersoonshuishouden worden volgens eiseres zwaarder belast dan meerpersoonshuishoudens. Volgens eiseres is dit in strijd met het gelijkheidsbeginsel en dient de huidige verdeelsleutel te worden afgeschaft.
8. De heffingsambtenaar stelt dat er op grond van artikel 8:3 Algemene Pro wet bestuursrecht geen beroep in kan worden gesteld tegen verordeningen of de hoogte van de tarieven uit een verordening. De rechtbank kan deze uitleg volgen: de verordening is vastgesteld door de gemeenteraad, dat maakt het een algemeen verbindend voorschrift. Tegen een algemeen verbindend voorschrift staat geen bezwaar en beroep open bij de bestuursrechter.
9. De rechtbank overweegt dat de heffingsambtenaar terecht stelt dat er geen beroep tegen de hoogte van de tarieven openstaat bij de bestuursrechter. Bij het vaststellen van een verordening heeft de gemeenteraad veel vrijheid, tenzij er sprake is van willekeur of onrecht.
10. Eiseres beroept zich op deze uitzondering door een beroep te doen op het gelijkheidsbeginsel. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad moet niet-formele wetgeving onverbindend worden verklaard of buiten toepassing worden gelaten als deze niet-formele wetgeving een algemeen rechtsbeginsel schendt of tot een onredelijke of willekeurige heffing leidt die de delegerende formele wetgever niet voor ogen kan hebben gestaan.
11. De rechtbank sluit zich aan bij de door de heffingsambtenaar aangehaalde uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 3 april 2025 [3] . In die uitspraak is geoordeeld dat artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en artikel 216 van Pro de Gemeentewet geen eis stellen voor een evenredig verband tussen de hoogte van de afvalstoffenheffing en de hoeveelheid afval per type huishouden. Er is geoordeeld dat de tarieven voor de afvalstoffenheffing verbindend zijn en dat er geen sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel of het rechtszekerheidsbeginsel.
12. Dat éénpersoonshuishouden per persoon relatief meer betalen dan meerpersoonshuishoudens, maakt niet dat er sprake is van een ongerechtvaardigd onderscheid. Het gaat hier om een gevolg van een door de gemeenteraad gemaakte beleidskeuze binnen de grenzen van de wet. De rechter toetst niet of een andere verdeelsleutel wenselijker zou zijn, maar of de gekozen regeling onmiskenbaar onredelijk of willekeurig is. Daarvan is in dit geval geen sprake.
13. De rechtbank ziet dan ook geen grond voor het oordeel dat de huidige verdeelsleutel in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond, dat betekent dat er geen beroep niet slaagt. Eiseres krijgt het betaalde griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaard het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Vermeer, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2026
griffier
de rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 15.33 Wet milieubeheer.
2.Artikel 216 Gemeentewet Pro.