ECLI:NL:RBMNE:2026:956

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
C/16/25/240 R
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 319 FwArt. 314 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot ontslag Wsnp-bewindvoerder wegens gebrek aan gegronde redenen

Op 14 november 2025 is de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard op de betrokkene, met benoeming van een Wsnp-bewindvoerder. De betrokkene verzocht om ontslag van deze bewindvoerder vanwege gebrek aan vertrouwen en communicatieproblemen, mede veroorzaakt door persoonlijke trauma's en bindingsangst.

De Wsnp-bewindvoerder gaf aan haar taken correct te vervullen, rekening houdend met de problematiek van de betrokkene, onder meer door overleg met de beschermingsbewindvoerder en het toestaan van een vertrouwenspersoon bij het huisbezoek. De rechtbank oordeelde dat de bewindvoerder zich als een redelijk en bekwaam handelend Wsnp-bewindvoerder heeft gedragen binnen de wettelijke kaders.

De rechtbank overwoog dat het verzoek onvoldoende gegrond en gemotiveerd was en wees het af. Tevens werd opgemerkt dat klachten over de werkwijze van de bewindvoerder primair aan de rechter-commissaris toekomen.

De beschikking werd op 12 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door mr. P.M.E. Bernini.

Uitkomst: Het verzoek tot ontslag van de Wsnp-bewindvoerder wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde redenen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/25/240 R
uitspraakdatum: 12 februari 2026
uitspraak op grond van artikel 319 van Pro de Faillissementswet (“ontslag bewindvoerder”)
enkelvoudige kamer
in de zaak van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,
wonende [adres] , [postcode]
[plaats 1] ,
hierna: [betrokkene] .

1.De procedure

1.1.
Op 14 november 2025 is de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard ten aanzien van [betrokkene] met benoeming van [A] tot Wsnp-bewindvoerder. De rechter-commissaris is mr. R.W.J. van Veen.
1.2.
[betrokkene] heeft verzocht om de Wsnp-bewindvoerder te ontslaan en door een ander te vervangen. De Wsnp-bewindvoerder heeft op dit verzoek gereageerd.
1.3.
Op 28 januari 2026 is een zitting gehouden. Hierbij waren aanwezig:
  • De heer [betrokkene] , saniet
  • Mevrouw [A] , Wsnp-bewindvoerder,
  • Mevrouw [B] , moeder saniet,
  • De heer [C] ( [organisatie 1] ), begeleider saniet,
  • De heer [D] ( [organisatie 2] ), beschermingsbewindvoerder.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 319 lid 1 Faillissementswet Pro (Fw) is de rechtbank bevoegd de Wsnp-bewindvoerder, na hem gehoord of behoorlijk opgeroepen te hebben, te ontslaan en door een ander te vervangen. Dit is mogelijk op voordracht van de rechter-commissaris of een met redenen omkleed verzoek van de Wsnp-bewindvoerder, een of meer schuldeisers dan wel de schuldenaar.
2.2.
Het verzoek strekt tot ontslag van [A] als Wsnp-bewindvoerder. Als onderbouwing voor het verzoek wordt – kort gezegd – aangevoerd dat [betrokkene] geen vertrouwen heeft in de Wsnp-bewindvoerder, [betrokkene] heeft door wat hij heeft meegemaakt veel last van trauma’s en dit zorgt voor bindingsangst. Hij vindt het moeilijk om mensen te vertrouwen. De wijze waarop de bewindvoerder communiceert sluit niet goed aan op zijn belevingswereld.
2.3.
De Wsnp-bewindvoerder stelt dat zij haar taak op correcte wijze uitvoert en dat er geen aanleiding is voor benoeming van een andere bewindvoerder. De Wsnp-bewindvoerder heeft wel begrip voor de situatie en is juist voorzichtig te werk gegaan. De Wsnp-bewindvoerder heeft alvorens zij informatie stuurde naar [betrokkene] overleg gehad met zijn beschermingsbewindvoerder. Daarnaast heeft de Wsnp-bewindvoerder, vanwege de problematiek van [betrokkene] , aangegeven dat er een vertrouwenspersoon aanwezig mocht zijn bij het huisbezoek De Wsnp-bewindvoerder heeft voorts aangegeven dat zij op internet een advertentie heeft gezien waarbij de woning van [betrokkene] te ruil wordt aangeboden, met als verhuisvoorkeur [plaats 2] . Mede hierdoor vraagt zij vraagt zich af of [betrokkene] wel in de woning verblijft.
2.4.
De rechtbank overweegt dat op grond van de stukken en hetgeen op zitting naar voren is gekomen, niet van feiten of omstandigheden is gebleken waaruit volgt dat de Wsnp-bewindvoerder zich bij haar taakuitoefening niet als een redelijk en bekwaam handelend Wsnp-bewindvoerder, binnen de wettelijke kaders van haar taakstelling, heeft gedragen.
2.5.
De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Eén van de taken van de Wsnp-bewindvoerder is om bij aanvang van de Wsnp op huisbezoek te gaan. [betrokkene] is verplicht om mee te werken aan een dergelijk huisbezoek. De bewindvoerder heeft bij de uitoefening van haar taak gehandeld met inachtneming van de bijzondere problematiek van [betrokkene] door voorafgaand overleg met de beschermingsbewindvoerder en het aanbod om een vertrouwenspersoon toe te staan bij het huisbezoek.
2.6.
Gelet op het voorgaande dient het verzoek tot ontslag als zijnde niet of onvoldoende gegrond en gemotiveerd te worden afgewezen.
2.7.
De rechtbank overweegt ten overvloede dat klachten over de werkwijze van de bewindvoerder ingevolge artikel 314 van Pro de Faillissementswet primair ter beoordeling staan van de rechter-commissaris.

3.Beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.M.E. Bernini en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026.