Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Samenvatting
.Eiser krijgt dus gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
‘’
In het kader van mijn dossieronderzoek - parkeerplaatsen - en voortschrijdend inzicht vraag ik mij af hoe de uitspraak van de Raad van State 6 november 2013 inzake parkeerplaatsen en handhaving op [adres] intern is verlopen. Vooralsnog in de periode 6 november 2013 tot 30-6-2014.
“wet open overheid (WOO) Verzoek omtrent interne informatie inzake besluit tot handhaving parkeren op [adres] ”.In de brief staat verder om welke informatie eiser verzoekt. Hij verzoekt onder andere ‘
de onderlinge mailwisseling over dit onderwerp en de uitspraak Raad van State op 6 november 2013’.Naar het oordeel van de rechtbank vraagt eiser daarmee enerzijds om mailwisselingen over het onderwerp ‘handhaving parkeren [adres] ’ en anderzijds om mailwisselingen over de uitspraak van de Afdeling. Ook uit de rest van het verzoek valt af te leiden dat het over meer gaan dan uitsluitend stukken die direct over de uitspraak van de Afdeling gingen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de periode waarover stukken worden gevraagd en de ruime opsomming van mogelijk te verstrekken stukken De rechtbank kan het college dan ook niet volgen in haar standpunt dat eiser in ieder geval niet vraagt om intern overleg dat volgde op de Afdelingsuitspraak. Het verzoek richt zich namelijk op de periode van 6 november 2013 tot 30 juni 2014, terwijl de uitspraak van de Afdeling op 6 november 2013 is gedaan. Verder is ook duidelijk wat voor soort documenten eiser vraagt, namelijk: mailverkeer, notities, brieven, gespreksverslagen, notulen werkoverleggen en adviezen. Intern, formeel en informeel.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.K.L.H. Thomas, griffier.