Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Samenvatting
Procesverloop
‘’ [A] : Ik denk niet dat we eruit waren gekomen. Recent hebben wij een verzoek ontvangen van een eigenaar van een perceel die de Raad verzocht het perceel openbaar te maken. Als de Raad akkoord gaat, gaat het onderhoud ook naar Gemeente Montfoort. Wat [eiser] schetst over de kosten, is op een hele simpele manier te voorkomen en dat hebben wij ook gedaan.’’
‘’mij te informeren welke zaak dit betreft en mij het betreffende besluit B&W, besluit Raad en de (concept of gesloten) overeenkomst te overleggen.’’
‘’hem te informeren welke zaak dit betreft en het betreffende besluit B&W, besluit Raad en de (concept of gesloten) (anterieure) overeenkomst te overleggen.’’.
‘’ [B] moest achter zijn appartementen [straat 1] aanvankelijk zorgen voor openbare parkeerplaatsen, wethouder [C] had zich vergist, liep voor hem goed af. [D] heeft recent vergunning gekregen voor 8 appartementen en 12 pp op eigen terrein, Gemeente legt tegenover in de [straat 2] 30 parkeerplaatsen aan.’’.
‘’ Tegen deze achtergrond vernemen wij graag van u, van mevr, [A] en mevr. [E] , hoe de gemeente bij de vergunningverlening een voorwaarde - openbaar - op een juridisch afdwingbare wijze wél vorm had kunnen geven.’’.
Beoordeling door de rechtbank
,blijkt dat eiser niet heeft beoogd een Woo-verzoek in te dienen. Enerzijds vraagt eiser om een juridische uitleg en zo’n verzoek valt niet onder de Woo, wat maakt dat daarop niet gereageerd hoeft te worden met een (appelabel) besluit. Anderzijds verzoekt eiser om aan hem bewijsdocumenten te leveren ‘waarop mevrouw [A] steeds een beroep doet tijdens de zitting van 23 augustus 2022 bij het Gerechtshof te Arnhem’, terwijl hij zelf stelt dat die documenten niet bestaan. In eisers beroepschrift staat hierover ook
: “Met het WOO-verzoek wilde ik de gemeente kleur laten bekennen, of zij overleggen bewijsstukken van vergelijkbare situaties (zijn er dus niet) en zij erkennen dat de rechters (bij uw Rechtbank NL19:6438 en Hof Arnhem 200.283.818) op het verkeerde been zijn gezet, misleid met de valselijk afgelegde verklaringen hieromtrent.”
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- bepaalt dat het college het betaalde griffierecht van € 194,- moet vergoeden;
- verklaart het beroep ongegrond.
mr.K.L.H. Thomas, griffier.
te ondertekenen