Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De zitting
13 februari 2026. Met toestemming van de officier van justitie en de advocaat is het onderzoek ter zitting enkelvoudig gesloten op de zitting van 10 maart 2026, waarna direct uitspraak is gedaan.
- [verdachte] ;
- de advocaat van [verdachte] , mr. J.J. Weldam;
- de officier van justitie, mr. M.M.L. Kalsbeek;
- de advocaat van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , mr. J. de Vries;
- de moeder van [verdachte] , [A] ;
- de jeugdreclasseerder (Jeugd- en Gezinsbeschermers), [B]
- de raadsonderzoeker bij de Raad voor de Kinderbescherming, [C] .
2.De tenlasteleggingen
- [slachtoffer 3] heeft mishandeld door hem tegen het hoofd te slaan en/of
- [slachtoffer 4] heeft mishandeld door hem te bijten.
3.Het bewijs in zaak A (woningoverval [slachtoffer 1] )
5.Het bewijs in zaak C (mishandeling van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] )
de rechtbank begrijpt: [verdachte]] [slachtoffer 3] [
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 3]] op zijn hoofd sloeg. Ik zag dat de cliënt meerdere slaande bewegingen maakte richting [slachtoffer 3] zijn hoofd. Ik had mijn linkerhand ter hoogte van de mond van de cliënt. [10] Ik voelde vervolgens dat de cliënt in mijn pols beet. [11]
6.Bewezenverklaring
7.Kwalificatie en strafbaarheid
8.Strafoplegging
9.In beslag genomen voorwerpen
10.Vorderingen benadeelde partij
11.Vordering tot tenuitvoerlegging
12.De beslissing
een jeugddetentie van 120 dagen;
van de jeugddetentie een gedeelte van 90 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd (het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie is dus gelijk aan de duur die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zodat verdachte niet terug hoeft naar de jeugdgevangenis);
algemene voorwaardendat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
6 maanden in het kader van ITB Harde Kern houdt aan de aanwijzingen van De Jeugd- en Gezinsbeschermers en zich meldt op afspraken met de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang de jeugdreclassering dat nodig vindt;
mr. N.M.H. van Ek en mr. S.T. Könning, (kinder)rechters, in tegenwoordigheid van
mr. B.J. Molals griffier en is in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026.