ECLI:NL:RBMNE:2026:925
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen UWV-besluit
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV van 20 september 2024, waarin zijn bezwaar ongegrond werd verklaard. Op 2 februari 2026 heeft het UWV dit besluit vervangen door een gewijzigde beslissing waarin verzoeker per 28 maart 2024 in aanmerking komt voor een IVA-uitkering. Hierdoor is het UWV aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen.
Naar aanleiding van de intrekking van het beroep heeft verzoeker een verzoek ingediend tot veroordeling van het UWV in de proceskosten. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren, waarop het UWV akkoord ging met vergoeding van de opgegeven reiskosten en een forfaitaire vergoeding voor de proceskosten van de gemachtigde van verzoeker.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek kennelijk gegrond is en veroordeelt het UWV tot betaling van € 1.871,92 aan proceskosten aan verzoeker. Dit bedrag bestaat uit een forfaitaire vergoeding voor rechtsbijstand (€ 1.868,-) en reiskosten (€ 3,92). Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het griffierecht van € 51,- door het UWV moet worden vergoed, waarvoor verzoeker zich rechtstreeks tot het UWV moet wenden.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 1.871,92 aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.