ECLI:NL:RBMNE:2026:922

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
16/297167-25; 16/339420-25 (gev. ttz); 16/000732-26 (gev. ttz);
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs overtreden collectief en individueel winkelverbod in Utrecht

De politierechter van de Rechtbank Midden-Nederland sprak verdachte vrij van het overtreden van een collectief winkelverbod in Hoog Catharijne en een individueel winkelverbod voor een Albert Heijn in Utrecht. De zaak betrof drie incidenten waarbij verdachte zonder toestemming winkels betrad ondanks een verbod.

De officier van justitie vroeg vrijspraak omdat niet duidelijk was of het collectieve winkelverbod rechtsgeldig was opgelegd door een bevoegde persoon en of de verdachte wist dat de winkels onder het verbod vielen. Ook was onduidelijk of het individuele winkelverbod aan verdachte in een begrijpelijke taal was uitgelegd.

De verdediging voerde aan dat het collectieve verbod niet rechtsgeldig was en dat verdachte niet tegen de wil van de rechthebbende in de Action was geweest. De politierechter oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte wederrechtelijk handelde, mede omdat niet was aangetoond dat de winkels waren aangesloten bij het collectief en dat verdachte het verbod begreep. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.

Daarnaast werd de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. Het vonnis werd gewezen door politierechter S.D. Groen op 11 maart 2026.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het collectief en individueel winkelverbod rechtsgeldig was en dat hij op de hoogte was.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummers: 16/297167-25; 16/339420-25 (gev. ttz); 16/000732-26 (gev. ttz);
16/229401-25 (vord. tul)
Vonnis van de politierechter van 11 maart 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] (Letland),
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres 1] [plaats] (Letland).

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 februari 2026.
De politierechter heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. B. van Weele en van hetgeen mr. G.J. Gerrits, advocaat te Arnhem, naar voren hebben gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
Inzake parketnummer 16-297167-25
Op 6 november 2025 in Utrecht wederrechtelijk is binnengedrongen bij de Albert Heijn in het Godebaldkwartier in Utrecht, terwijl hem de toegang was ontzegd
.
Inzake parketnummer 16-339420-25
Op 12 december 2025 in Utrecht wederrechtelijk is binnengedrongen bij de Albert Heijn aan de Twijnstraat in Utrecht, terwijl hem de toegang was ontzegd
.
Inzake parketnummer 16-000732-26
Op 3 januari 2026 in Utrecht wederrechtelijk is binnengedrongen bij de Action in het Godebaldkwartier in Utrecht, terwijl hem de toegang was ontzegd
.

3.VRIJSPRAAK

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevraagd voor alle ten laste gelegde feiten. Zij heeft op dit moment geen antwoord op de vraag of een agent (al dan niet op machtiging van een beveiliger) een collectief winkelverbod kan en mag opleggen. Daarbij is het niet duidelijk of de winkels waar de verdachte is geweest ook zijn aangesloten bij het collectieve winkelverbod, omdat uit het dossier niet volgt dat dat een logo is aangebracht op deze winkels, waaruit volgt dat zij zijn aangesloten bij dit collectief. Zij vindt het daarom niet duidelijk of het voor de verdachte kenbaar was dat hij niet in de winkels mocht komen.
Ten aanzien van het binnendringen bij de Albert Heijn aan de Twijnstraat vindt zij dat niet met zekerheid is vast te stellen dat de verdachte in een voor hem begrijpelijke taal is verteld dat hij daar niet mocht komen.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De advocaat heeft vrijspraak bepleit voor het alle ten laste gelegde feiten. Hij geeft aan dat de officier van justitie ook niet kan vaststellen of sprake is geweest van een rechtsgeldig collectief winkelverbod. Ten aanzien van het binnendringen bij de Action vindt de advocaat dat uit het dossier niet volgt dat de verdachte tegen de wil van de rechthebbende in de winkel is geweest, omdat hij eerst buiten de winkel werd gecontroleerd en hem daarna werd gevraagd om de winkel in te gaan.
Ten aanzien van het binnendringen bij de Albert Heijn aan de Twijnstraat vindt de raadsman dat uit het dossier niet volgt dat in een voor de verdachte begrijpelijke taal is uitgelegd dat hij niet in de winkel mocht komen.
3.3
Het oordeel van de politierechter
Algemene opmerkingen over lokaalvredebreuk
Lokaalvredebreuk betekent dat iemand zonder toestemming of tegen de wil van de eigenaar of beheerder een plek binnenkomt. De eigenaar heeft dan duidelijk aangegeven dat je daar niet mag komen, bijvoorbeeld met een bordje, een hek of een verbod, maar jij negeert die waarschuwing. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als iemand zomaar een winkel, huis of ander afgesloten gebied binnenloopt terwijl het door de eigenaar verboden is. Zonder zo’n afwijzing of verbod is er meestal geen sprake van lokaalvredebreuk, omdat het dan niet verboden is. Het moet wel duidelijk zijn dat de persoon begreep dat hij er niet meer mocht komen. Als iemand geen Nederlands spreekt, moet dit duidelijk worden uitgelegd in een taal die hij wel begrijpt.
De eigenaar kan ook iemand anders vragen om die persoon op een bepaalde plek te weigeren. Als iemand wordt geweigerd door een persoon die daar niet toe bevoegd is, dan is meestal geen sprake van lokaalvredebreuk. Het is dan namelijk niet duidelijk wat de eigenaar wilde.
Overtreden collectief winkelverbod op 6 november 2025 en 3 januari 2026
In deze zaak is de verdachte op 6 november 2025 de Albert Heijn en op 3 januari 2026 de Action in Hoog Catharijne binnengegaan, terwijl hij dat niet mocht, omdat hij eerder een collectief winkelverbod heeft gekregen. Met dit verbod mag iemand niet meer naar binnen in alle winkels die meedoen aan het collectief, omdat die persoon zich in één van die winkels verkeerd heeft gedragen. In het winkelverbod staat niet welke winkels dat precies zijn. In het winkelverbod staat dat bij de winkels een logo bij de ingang hangt, zodat je kunt zien dat ze meedoen aan het collectief winkelverbod.
Het collectief winkelverbod is door een politieagent aan de verdachte gegeven. De politieagent noteerde dat hij dit deed namens Trigion beveiliging. De politieagent en Trigion beveiliging zijn niet de eigenaren van de winkels. In het dossier staat ook niet dat zij (schriftelijk) toestemming hebben om het verbod namens de eigenaren van de Albert Heijn en Action of namens het collectief te geven. De politierechter spreekt de verdachte daarom vrij van lokaalvredebreuk, omdat er onvoldoende bewijs is dat de verdachte wederrechtelijk heeft gehandeld.
Uit het dossier blijkt ook niet dat bij de ingang van de winkels een logo hing of dat de verdachte op een andere manier wist dat deze Albert Heijn en Action bij het collectief hoorde en dat hij daarom niet in deze winkels mocht komen. De politierechter vindt dat ook daarom niet kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk het winkelverbod heeft overtreden.
Overtreden individuele winkelverbod op 12 december 2025
Aan de verdachte is op 28 april 2025 een individueel winkelverbod gegeven voor de Albert Heijn aan de Twijnstraat. De verdachte mocht één jaar niet in deze Albert Heijn komen. Verdachte is binnen dat jaar wel deze Albert Heijn binnengegaan. De politierechter zal de verdachte toch vrijspreken in deze zaak. De politierechter vindt dat uit het dossier niet duidelijk blijkt dat de verdachte het winkelverbod begreep. In het dossier staat namelijk dat een tolk Pools de inhoud van het winkelverbod aan verdachte heeft uitgelegd, maar deze tolk is officieel geregistreerd voor de taal Russisch.

4.VORDERING TENUITVOERLEGGING

De politierechter heeft aan de verdachte in de zaak met parketnummer 16/229401-25 op 10 september 2025 een gevangenisstraf van 14 dagen voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van 2 jaar.
4.1
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat zij niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering, omdat zij vrijspraak heeft gevraagd voor alle ten laste gelegde feiten.
4.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat is het eens met de officier van justitie.
4.3
Oordeel van de rechtbank
De politierechter vindt, net als de officier van justitie en de advocaat, dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging, omdat de verdachte voor alle feiten wordt vrijgesproken.

5.BESLISSING

De politierechter:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.D. Groen, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M. Newman en mr. E.M. Caruso, griffiers en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 maart 2026.
Mr. A.M. Newman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlasteleggingen
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
Inzake parketnummer 16-297167-25
hij op of omstreeks 6 november 2025 te Utrecht
in het besloten lokaal [adres 2] bij Albert Heijn, gelegen in
winkelcentrum Hoog Catharijne,
althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik
wederrechtelijk is binnengedrongen
immers was hem, verdachte, met ingang van 15 juni 2025 schriftelijk de
toegang tot dat winkelcentrum Hoog Catharijne te Utrecht ontzegd voor de duur
van 12 maanden;
Inzake parketnummer 16-339420-25
hij op of omstreeks 12 december 2025 te Utrecht
in het besloten lokaal aan de [adres 3] bij Albert Heijn,
althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik
wederrechtelijk is binnengedrongen
immers was hem, verdachte, met ingang van 7 augustus 2025 schriftelijk de
toegang tot die Albert Heijn ontzegd voor de duur van 12 maanden;
Inzake parketnummer 16-000732-26
hij op of omstreeks 3 januari 2026 te Utrecht,
in het besloten lokaal het [adres 4] bij de Action,
althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik
wederrechtelijk is binnengedrongen
immers was hem, verdachte, met ingang van 15 juni 2025 schriftelijk de
toegang tot die Action ontzegd voor de duur van 12 maanden.