ECLI:NL:RBMNE:2026:921

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
16/222744-25
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs overtreden collectief winkelverbod in Hoog Catharijne

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 11 maart 2026 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het overtreden van een collectief winkelverbod in Hoog Catharijne, Utrecht. Verdachte zou op 12 augustus 2025 wederrechtelijk de Action zijn binnengedrongen terwijl hem de toegang was ontzegd. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van twee dagen.

De politierechter overwoog dat lokaalvredebreuk alleen kan worden bewezen als duidelijk is dat de toegang door een bevoegd persoon is ontzegd en dat de verdachte hiervan op de hoogte was. In deze zaak ontbrak bewijs dat het collectief winkelverbod door een bevoegde persoon was opgelegd namens de Action of het collectief. Ook ontbrak het bewijs dat verdachte wist dat de Action deel uitmaakte van het collectief, bijvoorbeeld door een zichtbaar logo bij de ingang.

Daarom kon niet worden bewezen dat verdachte wederrechtelijk handelde of opzettelijk het verbod overtrad. De rechtbank sprak verdachte vrij van lokaalvredebreuk. Dit vonnis werd gewezen bij verstek, waarbij mr. S.D. Groen als politierechter het vonnis uitsprak.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij het collectief winkelverbod heeft overtreden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/222744-25
Vonnis van de politierechter van 11 maart 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] (Algerije),
op dit moment zonder bekende woon- of verblijfplaats.

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 februari 2026.
De politierechter heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. B. van Weele.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
Op 12 augustus 2025 in Utrecht wederrechtelijk is binnengedrongen bij de Action in Utrecht, terwijl hem de toegang was ontzegd
.

3.VRIJSPRAAK

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vindt dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, omdat de verdachte heeft verklaard dat hij wist dat hij niet in de winkel mocht komen. Hij is aangehouden in de winkel en het collectieve winkelverbod zit in het dossier.
De officier van justitie eist dat aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 2 dagen, met aftrek van het voorarrest, wordt opgelegd.
3.2
Het oordeel van de politierechter
Algemene opmerkingen over lokaalvredebreuk
Lokaalvredebreuk betekent dat iemand zonder toestemming of tegen de wil van de eigenaar of beheerder een plek binnenkomt. De eigenaar heeft dan duidelijk aangegeven dat je daar niet mag komen, bijvoorbeeld met een bordje, een hek of een verbod, maar jij negeert die waarschuwing. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als iemand zomaar een winkel, huis of ander afgesloten gebied binnenloopt terwijl het door de eigenaar verboden is. Zonder zo’n afwijzing of verbod is er meestal geen sprake van lokaalvredebreuk, omdat het dan niet verboden is. Het moet wel duidelijk zijn dat de persoon begreep dat hij er niet meer mocht komen. Als iemand geen Nederlands spreekt, moet dit duidelijk worden uitgelegd in een taal die hij wel begrijpt.
De eigenaar kan ook iemand anders vragen om die persoon op een bepaalde plek te weigeren. Als iemand wordt geweigerd door een persoon die daar niet toe bevoegd is, dan is meestal geen sprake van lokaalvredebreuk. Het is dan namelijk niet duidelijk wat de eigenaar wilde.
Overtreden collectief winkelverbod op 12 augustus 2025
In deze zaak is de verdachte op 12 augustus 2025 de Albert Heijn in Hoog Catharijne binnengegaan, terwijl hij dat niet mocht, omdat hij eerder een collectief winkelverbod heeft gekregen. Met dit verbod mag iemand niet meer naar binnen in alle winkels die meedoen aan het collectief, omdat die persoon zich in één van die winkels verkeerd heeft gedragen. In het winkelverbod staat niet welke winkels dat precies zijn. In het winkelverbod staat dat bij de winkels een logo bij de ingang hangt, zodat je kunt zien dat ze meedoen aan het collectief winkelverbod.
Het collectief winkelverbod is door de supermarktmanager van de Albert Heijn in Hoog Catharijne aan de verdachte gegeven. De supermarktmanager van de Albert Heijn is niet de eigenaar van de Action. In het dossier staat ook niet dat hij (schriftelijk) toestemming heeft om het verbod namens de eigenaar van de Action of namens het collectief te geven. De politierechter spreekt de verdachte daarom vrij van lokaalvredebreuk, omdat er onvoldoende bewijs is dat de verdachte wederrechtelijk heeft gehandeld.
Uit het dossier blijkt ook niet dat bij de ingang van de winkel een logo hing of dat de verdachte op een andere manier wist dat deze Action bij het collectief hoorde en dat hij daarom niet in deze winkel mocht komen. De politierechter vindt dat daarom ook niet kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk het winkelverbod heeft overtreden.

4.BESLISSING

De politierechter:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.D. Groen, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M. Newman en mr. E.M. Caruso, griffiers en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 maart 2026.
Mr. A.M. Newman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 12 augustus 2025 te Utrecht
in het besloten lokaal Action (in Hoog Catharijne),
althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik
wederrechtelijk is binnengedrongen
immers was hem, verdachte, met ingang van 5 juli 2025 schriftelijk de
toegang tot heel Hoog Catharijne ontzegd voor de duur van 12 maanden.