Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. A.P.M. van Weegen;
- de advocaat van de verdachte: mr. S. Schilder (hierna: de advocaat).
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
immers, heeft hij, verdachte in de periode van 7 januari
4 Kwalificatie en strafbaarheid
5 Straf
6 In beslag genomen voorwerpen
7 Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf
8 Toegepaste wetsartikelen
- artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36d van het Wetboek van Strafrecht;
- artikel 26 van Pro de Wet wapens en munitie;
- artikelen 1, 1a, 2, 6 van de Wet op de economische delicten;
- artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer;
- artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.
9 De beslissing
niet bewezendat de verdachte feit 1 primair heeft gepleegd en spreekt de
gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;
een gedeelte van 9 (negen) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 (twee) jaren vast;
tenuitvoerleggingvan de bij arrest van 19 november 2021 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 (zes) maanden.
hij in de periode van 1 januari 2025 en 21 april 2025 te Nieuwegein,