Eiseres huurde een bedrijfspand van gedaagde waarin zij een restaurant en kanoverhuurbedrijf exploiteerde. Na ontbinding van de huurovereenkomst vorderde eiseres schadevergoeding wegens onder meer gederfde winst door annuleringen, het niet ter beschikking stellen van kano’s en achtergebleven inventaris.
De rechtbank oordeelde in een tussenvonnis dat gedaagde aansprakelijk is voor de schade en gaf eiseres bewijsopdrachten. Na beoordeling van het bewijs wees de rechtbank de vorderingen deels toe. De schade door annuleringen werd vastgesteld op €10.454,27, de schade door het niet ter beschikking stellen van drie kano’s op €4.320,00 en de schade voor achtergebleven inventaris op €23.033,06.
Gedaagde kon niet opkomen tegen beslissingen uit het tussenvonnis en zijn nieuwe verweren werden niet behandeld. De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van in totaal €37.807,33 aan schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat eiseres direct tot executie kan overgaan.