Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 21 juli 2025 met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser huurde van oktober 2020 tot mei 2025 een onzelfstandige woonruimte van De Ravel en betaalde een waarborgsom van €594,00. Na het einde van de huurovereenkomst betaalde De Ravel deze waarborgsom niet terug, omdat zij schade stelde te hebben geleden door een incident op 27 maart 2025.
De kantonrechter oordeelt dat de gestelde schade betrekking heeft op tijdsbesteding van medewerkers en niet op herstel van schade aan het gehuurde of betalingsachterstand, zoals vereist in artikel 7:261b BW. Daarom mag deze schade niet worden verrekend met de waarborgsom.
De verwijzing van De Ravel naar een contractuele bepaling kan niet afwijken van de dwingendrechtelijke bepalingen van artikel 7:261b en 7:265 BW. Daarnaast wordt de wettelijke rente over de waarborgsom vanaf 15 mei 2025 toegewezen, evenals een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van €89,10.
De Ravel wordt veroordeeld tot betaling van de waarborgsom, incassokosten en proceskosten van in totaal €708,35, met wettelijke rente en uitvoerbaarheid bij voorraad.
Uitkomst: De verhuurder wordt veroordeeld tot terugbetaling van de waarborgsom van €594,00 met wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.