Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:850

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
11877154 \ UC EXPL 25-7165
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.S. Koppert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BWArt. 6:96 BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling van facturen voor geleverde bestellingen via Bol.com

Bol.com heeft een vordering ingesteld tegen [gedaagde] tot betaling van twee facturen ter waarde van in totaal €165,47 voor bestellingen die via de website van Bol.com zijn gedaan en geleverd. [gedaagde] betwist dat zij voor één van de leveringen een overeenkomst heeft gesloten en stelt dat zij de producten heeft geretourneerd.

De kantonrechter beoordeelt ambtshalve of aan de consumentenbeschermende bepalingen is voldaan en constateert dat Bol.com aan de informatieplichten heeft voldaan en dat er geen onredelijke afwijkingen in de algemene voorwaarden zijn die [gedaagde] benadelen. De stelling van [gedaagde] dat zij slechts één keer heeft besteld en betaald wordt verworpen omdat Bol.com twee bestellingen met verschillende bestelnummers heeft onderbouwd.

Ook is niet gebleken dat de tweede levering is geretourneerd, ondanks de stelling van [gedaagde]. Daarom moet zij voor beide bestellingen betalen. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van €40,00 toegewezen omdat Bol.com aan de wettelijke eisen heeft voldaan. Tot slot wordt [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €363,28. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de facturen, incassokosten en proceskosten aan Bol.com.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11877154 \ UC EXPL 25-7165
Vonnis van 25 februari 2026
in de zaak van
BOL.COM BV,
te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Bol.com,
gemachtigde: R. Slagman,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 20 augustus 2025 met producties;
  • de conclusie van antwoord;
  • de conclusie van repliek met één productie.
1.2.
[gedaagde] heeft, hoewel zij daarvoor in de gelegenheid is gesteld, niet voor dupliek geconcludeerd.
1.3.
Daarna is bepaald dat er een vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

Bol.com vordert van [gedaagde] betaling van twee facturen (van in totaal € 165,47) voor bestellingen die [gedaagde] heeft gedaan via de website van Bol.com en die [gedaagde] geleverd heeft gekregen. Die vordering heeft Bol.com vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. [gedaagde] betwist dat zij voor één van de leveringen een overeenkomst heeft gesloten en stelt dat zij daarom die geleverde producten heeft geretourneerd aan Bol.com. De kantonrechter komt tot de conclusie dat [gedaagde] de hoofdsom, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten moet betalen. De vordering van Bol.com wordt dus toegewezen.
3. De beoordeling
Ambtshalve toetsing
3.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een professionele partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf, namelijk Bol.com, en een consument, namelijk [gedaagde] . Op zo’n overeenkomst zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Als die bepalingen niet zijn nageleefd, of als de kantonrechter over onvoldoende informatie beschikt om dat te kunnen beoordelen, moet de kantonrechter daar, eveneens ambtshalve, consequenties aan verbinden. In de regel zal dan (een deel van) de vordering moeten worden afgewezen.
3.2.
Op de overeenkomst zijn de informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. De kantonrechter heeft geconstateerd dat aan de toepasselijke essentiële informatieplichten is voldaan.
3.3.
De kantonrechter heeft vervolgens ambtshalve beoordeeld of Bol.com in de overeenkomst of in de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden ten aanzien van de verschillende onderdelen van de vordering een of meerdere regelingen heeft opgenomen, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen daarover dat [gedaagde] daardoor aanzienlijk wordt benadeeld, maar dat blijkt niet het geval.
[gedaagde] moet de hoofdsom van € 165,47 betalen
3.4.
Bol.com baseert haar vordering tot betaling op twee facturen die aan [gedaagde] zijn verzonden. Het verweer van [gedaagde] ziet slechts op betaling van de factuur van € 157,98. Dit betekent dat tegen de factuur van € 7,49 geen verweer is gevoerd en dat die hoofdsom daarom al toewijsbaar is.
3.5.
Ook de factuur van € 157,98 moet [gedaagde] betalen. Deze factuur ziet op een bestelling van twee autostoeltjes. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat zij deze autostoeltjes één keer heeft gekocht (en betaald) en dus één overeenkomst met Bol.com heeft gesloten. Volgens haar heeft Bol.com per abuis de autostoeltjes twee keer geleverd. [gedaagde] betwist daarmee dat zij twee keer aan Bol.com moet betalen. Dat standpunt volgt de kantonrechter niet. Bol.com heeft namelijk met vermelding van twee bestelnummers onderbouwd gesteld dat zij van [gedaagde] twee bestellingen heeft ontvangen voor de levering van autostoeltjes. [gedaagde] heeft nagelaten om hier nog verder op te reageren, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van de stellingen van Bol.com. [gedaagde] heeft dus twee overeenkomsten met Bol.com gesloten voor de levering van autostoeltjes. Vervolgens is ook niet komen vast te staan dat zij de tweede levering van de autostoeltjes heeft geretourneerd aan Bol.com. Die stelling van [gedaagde] heeft Bol.com namelijk betwist en [gedaagde] heeft haar stelling vervolgens niet meer onderbouwd met bijvoorbeeld de schriftelijke verklaring van de postbode over het afleveren van het retourpakket bij het distributiecentrum in Nieuwegein, waaraan zij refereert in haar conclusie van antwoord. Dit alles betekent dat [gedaagde] twee bestellingen heeft gedaan en voor beide bestellingen ook moet betalen. De vordering tot betaling van de factuur van € 157,98 is daarom toewijsbaar.
[gedaagde] moet ook de buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 betalen
3.6.
Bol.com vordert ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Bol.com heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Daarom zal een bedrag van € 40,00 worden toegewezen.
[gedaagde] moet tot slot de proceskosten betalen
3.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Bol.com worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
86,00
(2 punten × € 43,00)
- nakosten
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
363,28

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Bol.com te betalen een bedrag van € 205,47,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 363,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.