Uitspraak
1.De procedure
- het verweerschrift van 16 januari 2026, namens [bedrijf 1] B.V.
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
2.De beoordeling
- een, zoals de kantonrechter begrijpt, verklaring voor recht dat [verweerder] haar re-integratieverplichtingen bij ziekte heeft veronachtzaamd en als gevolg daarvan de verstoorde arbeidsrelatie heeft verslechterd en dat verweerster heeft nagelaten om te voorkomen dat verzoekster lang thuis zou zitten,
- verstrekking van inzicht hoe de transitievergoeding en het openstaande verlofsaldo zijn berekend en welke factoren daarbij zijn gehanteerd;
- uitbetaling van het verschil aan transitievergoeding en verlofsaldo dat te weinig aan verzoekster zouden zijn betaald;
- betaling van de proceskosten;
- afgifte van een positief getuigschrift.
Uit beide uittreksels blijkt onmiskenbaar dat [verweerder] B.V. enig aandeelhouder, enig bestuurder en alleen zelfstandig bevoegd was en is. Daarom is het verzoekschrift ook gericht tegen [verweerder] B.V. die de enige bestuurder is en statutair gevestigd is in [vestigingsplaats] . Bovenal omdat in een procedure de bestuurder moet worden aangeschreven omdat de bestuurder verantwoordelijk is voor alle acties en beslissingen die in de onderneming worden genomen”.