Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de antwoordconclusie na getuigenverhoor van [gedaagde partij] , met producties
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres vorderde betaling van een geldbedrag dat zij aan gedaagde had gegeven om namens haar aan een derde te betalen. Zij stelde dat het ging om een betaling voor sieraden die de derde voor haar had gekocht en dat gedaagde het geld heimelijk had gehouden. Gedaagde betwistte deze stellingen.
De rechtbank gaf eiseres een bewijsopdracht om aan te tonen dat zij de envelop met € 30.000 aan gedaagde had gegeven met de afspraak dat gedaagde dit aan de derde zou overhandigen. Getuigen werden gehoord en schriftelijke stukken ingebracht. De verklaring van een getuige, die de envelop niet zelf had gezien maar alleen had gehoord van eiseres, werd als beperkt bewijs gewogen.
Ook een transcript van een gesprek waarin gedaagde sprak over teruggeven van geld, werd niet als bewijs voor eiseres gezien omdat gedaagde verklaarde hierover te hebben gelogen. De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd dat zij de envelop met geld daadwerkelijk had overhandigd en dat er een afspraak was over doorbetaling aan de derde.
De vordering van eiseres werd daarom afgewezen. Gedaagde werd niet-ontvankelijk verklaard in haar eigen vordering. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering van eiseres tot terugbetaling van € 30.000 wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.