Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 januari 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- Opleiding tot [functie] € 10.400,-
- [functie] € 1.320,-
- Matras € 602,-
- Koelkast € 499,-
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, gedupeerde van het kindertoeslagschandaal, vroeg brede ondersteuning aan op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), waaronder vergoeding van kosten voor een opleiding tot [functie]. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees deze vergoeding af, omdat eiseres al over een startkwalificatie beschikt en de kosten als structureel werden beschouwd. De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende rekening heeft gehouden met de medische beperkingen van eiseres en het concrete arbeidsperspectief dat de opleiding biedt.
De rechtbank stelt dat het college de belangenafweging niet zorgvuldig heeft gemaakt en onvoldoende maatwerk heeft toegepast, in strijd met artikel 3:4 Awb Pro en artikel 2.21 Wht. Het college moet nader onderzoeken of de opleiding kan leiden tot duurzame financiële zelfredzaamheid van eiseres. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover het de afwijzing van de vergoeding van de opleidingskosten betreft.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het college tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en de proceskosten. Het college wordt opgedragen binnen de procedure opnieuw te beslissen over de vergoeding van de opleidingskosten. De overige onderdelen van het besluit blijven in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van vergoeding van opleidingskosten wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.