ECLI:NL:RBMNE:2026:824
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning na beëindiging gebruiksovereenkomst met redelijke opzegtermijn
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres de ontruiming van haar woning door gedaagde, die daar samen met haar minderjarige kind verblijft op basis van een gebruiksovereenkomst met de echtgenoot van eiseres. Gedaagde voert een niet-ontvankelijkheidsverweer en betwist de bevoegdheid van de voorzieningenrechter, maar dit wordt verworpen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat er geen huurovereenkomst bestaat en dat de gebruiksovereenkomst door eiseres is beëindigd. Bij de beëindiging moet een redelijke opzegtermijn in acht worden genomen, waarbij de belangen van beide partijen worden afgewogen. Eiseres heeft meerdere verzoeken tot vertrek gedaan en stelt dat de situatie in huis problematisch is, mede vanwege haar minderjarige kinderen.
Gedaagde wijst op haar beperkte verblijfsduur in Nederland en het belang van haar vierjarige kind, en toont zich actief in het zoeken naar vervangende woonruimte. De rechter acht een termijn van twee maanden voor ontruiming redelijk en legt een dwangsom op van €500 per dag bij niet-nakoming. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familierechtelijke relatie tussen partijen.
Uitkomst: Gedaagde moet de woning uiterlijk binnen twee maanden ontruimen met een dwangsom bij overschrijding.