Eiseres en gedaagde zijn gescheiden en hebben afspraken gemaakt over de verdeling van hun voormalige echtelijke woning, vastgelegd in een verkort proces-verbaal van 23 februari 2024. Eiseres schakelde een deurwaarder in om de uitvoering van deze afspraken af te dwingen, omdat onduidelijkheid bestond over het exacte bedrag dat gedaagde nog moest betalen.
De rechtbank beoordeelde de afspraken over de uitkoop van de woning, de verdeling van een SNS-beleggingsrekening en een Reaal-polis. De notaris had deze afspraken correct verwerkt in de akte van verdeling en levering. Gedaagde had reeds een deel betaald, maar volgens de rechtbank resteert een betalingsverplichting van €19.993,34.
Gedaagde stelde een verrekening te mogen toepassen van €5.000,00 die hij aan eiseres zou hebben geleend, maar deze vordering was niet onderbouwd en niet opgenomen in de bindende afspraken. De rechtbank oordeelde dat verrekening niet mogelijk is zonder een onbetwistbare en opeisbare vordering.
De deurwaarder is bevoegd om de executie van de betalingsvordering voort te zetten. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van €1.681,00, inclusief griffierecht en salaris gemachtigde. De rechtbank benadrukt de ernstig verstoorde verhouding tussen partijen en het feit dat gedaagde bleef betwisten dat hij het volledige bedrag moest betalen.