ECLI:NL:RBMNE:2026:817

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
7 maart 2026
Zaaknummer
C/16/606469 / FZ RK 26-99
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voortzetting crisismaatregel wegens ondeugdelijke medische verklaring zonder tolk

Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel bij GGz Centraal, afgegeven door de burgemeester van Amsterdam op 4 februari 2026. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken.

Tijdens de zitting op 6 februari 2026 is betrokkene gehoord met behulp van een Farsi-tolk, evenals een psychiater en een verpleegkundige van GGz Centraal. De rechtbank beoordeelt het verzoek aan de hand van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.

De rechtbank stelt vast dat betrokkene de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en dat de medische verklaring niet is opgesteld met aanwezigheid van een tolk. Dit is in strijd met de Hoge Raad-criteria dat communicatie in een begrijpelijke taal moet plaatsvinden om een juiste medische beoordeling te waarborgen.

Daarom is de medische verklaring ondeugdelijk en voldoet het verzoek niet aan de wettelijke voorwaarden. De rechtbank wijst het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens ondeugdelijke medische verklaring zonder tolk.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/606469 / FZ RK 26-99
Datum uitspraak: 6 februari 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats] (Iran),
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
verblijvend in [verblijfplaats] ,
advocaat mr. N. van der Vegt.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 februari 2026.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 6 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en tolk (Farsi) M. Gholami;
- [A] , als psychiater verbonden aan GGz Centraal;
- [B] , als verpleegkundige en begeleider verbonden aan GGz Centraal.

2.Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in een locatie van GGz Centraal, namelijk [locatie] . De burgemeester van Amsterdam heeft de crisismaatregel op 4 februari 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank wijst het verzoek af. Er is namelijk niet aan alle wettelijke voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voldaan. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
4.2.
Gelet op het cruciale belang van de medische verklaring en de daaraan verbonden gevolgen, waaronder mogelijk vrijheidsbeneming, heeft de Hoge Raad bepaald dat het onderzoek ten behoeve van het opstellen van de medische verklaring moet plaatsvinden in een voor betrokkene begrijpelijke taal, wanneer betrokkene de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst. De psychiater dient erop toe te zien dat betrokkene en hij in staat zijn om op zodanige wijze met elkaar te communiceren dat de psychiater een goed beeld van de medische toestand op dat moment van betrokkene kan krijgen.
4.3.
Het is voor de rechtbank duidelijk dat betrokkene de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. Uit de medische verklaring blijkt niet dat met betrokkene is gesproken in het bijzijn van een tolk. Gelet hierop voldoet de medische verklaring niet aan de daaraan gestelde eisen. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een ondeugdelijke medische verklaring en zal het verzoek afwijzen.

5.De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026 door mr. D. van Bloemendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. I.R.S. Salomé, griffier en op schrift gesteld op 6 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.