ECLI:NL:RBMNE:2026:806

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
UTR 25/30
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 40 lid 3 huisvestingsverordening gemeente UtrechtArt. 28 huisvestingsverordening gemeente UtrechtArt. 43 lid 4 onder c huisvestingsverordening gemeente UtrechtArt. 28 lid 1 onder f en g huisvestingsverordening gemeente Utrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Urgentieaanvraag afgewezen ondanks onjuiste motivering; beroep gegrond maar afwijzing blijft

Eiser heeft sinds 2018 meerdere urgentieaanvragen ingediend vanwege ernstige medische en sociale problematiek veroorzaakt door zijn huidige woonomgeving. Het college heeft deze aanvragen steeds afgewezen, waarbij het advies van een medisch adviseur van Argonaut werd gevolgd. Eiser stelde beroep in tegen de afwijzing van zijn laatste aanvraag van april 2024, waarin hij nieuwe medische verklaringen overlegde.

De rechtbank oordeelt dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen, maar dat de motivering onjuist was omdat het college niet heeft onderzocht of de nieuwe medische informatie aanleiding gaf tot een hernieuwd medisch advies en een nieuwe afweging. Hierdoor was het beroep gegrond. Echter, omdat eiser meerdere passende woningen heeft geweigerd, mag het college de urgentieaanvraag op die grond afwijzen.

De rechtbank vernietigt het bestreden besluit vanwege de onjuiste motivering, maar laat de rechtsgevolgen in stand. Eiser krijgt het griffierecht en proceskosten vergoed. De uitspraak benadrukt dat een afwijzing op basis van passend aanbod gerechtvaardigd is en dat het college zorgvuldig heeft gehandeld door meerdere woningen aan te bieden.

Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard wegens onjuiste motivering, maar de afwijzing van de urgentieaanvraag blijft in stand vanwege passend aanbod.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/30

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. J.S.W. van Vossen),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, het college
(gemachtigde: mr. W. van Beveren).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de urgentieaanvraag van eiser. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de urgentieverklaring van eiser heeft mogen afwijzen, maar met een andere onderbouwing dan het college in het bestreden besluit heeft gebruikt. De afwijzing blijft daarom in stand. Maar omdat de onderbouwing door het college onjuist is, heeft eiser wel terecht beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het beroep is daarom gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft sinds 2018 meerdere aanvragen gedaan voor een urgentieverklaring. Deze aanvragen zijn steeds afgewezen door het college.
3. Over de eerste afwijzing in 2018 heeft eiser tot aan de Afdeling bestuursrecht bij de Raad van State geprocedeerd. Deze afwijzing is uiteindelijk door de Afdeling in stand gelaten. [1]
4. Op 13 maart 2023 heeft eiser een nieuwe urgentieaanvraag gedaan op medische gronden. Hierop heeft een medisch adviseur van Argonaut op 4 juli 2023 het college geadviseerd om eiser geen urgentie te verlenen, omdat een verhuizing de medische en sociale problematiek van eiser niet wegneemt. Het college heeft dit advies gevolgd en de aanvraag afgewezen. Het hiertegen ingediende bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. Het beroep dat eiser hiertegen heeft ingesteld is kennelijk ongegrond verklaard.
5. Eiser heeft op 17 april 2024 opnieuw urgentie aangevraagd op medische gronden. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 24 juni 2024 afgewezen. Daarbij is het advies van Argonaut van 4 juli 2023 overgenomen omdat de situatie rond de medische problematiek van eiser sinds dat advies niet is veranderd. Met het bestreden besluit van 21 november 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Hierbij heeft het college geen aanleiding gezien om opnieuw medisch advies in te winnen of een ander besluit te nemen dan bij de aanvraag uit 2023, omdat er geen sprake was van gewijzigde (medische) feiten of omstandigheden.
5.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
5.2.
De rechtbank heeft het beroep op 17 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college. Op de zitting is gebleken dat beide partijen nog een (laatste) poging wilden wagen om het geschil onderling op te lossen. De rechtbank heeft de zaak daarom aangehouden.
5.3.
Op 6 oktober 2025 heeft het college aangegeven dat Portaal na de zitting twee woningen heeft aangeboden aan eiser maar dat eiser deze aanbiedingen heeft geweigerd. Eiser heeft in zijn brief van 28 oktober 2025 uitgelegd waarom hij deze woningen niet heeft geaccepteerd.
5.4.
Omdat partijen tijdens de zitting hebben aangegeven geen behoefte te hebben aan een nadere zitting, heeft de rechtbank op 19 november 2025 het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

6. Eiser woont sinds 9 mei 2016 aan de [adres] te [plaats] met zijn echtgenote en twee minderjarige kinderen. Deze 4-kamer benedenwoning heeft eiser in 2016 gekregen met urgentie. Sinds 2018 is eiser bezig met een nieuwe urgentieaanvraag. Hij is namelijk gediagnosticeerd met verschillende psychiatrische stoornissen en ervaart veel overlast van geluiden die zijn buren maken, met name bij het gebruik van de (brand)trap naast zijn woning en de gemeenschappelijke vuilcontainers. Zijn psychiater geeft in een verklaring van 30 april 2024 aan dat de huidige woonomgeving aanzienlijke stress veroorzaakt en zijn gezondheid hierdoor verslechtert. Volgens hem is het dringend noodzakelijk dat eiser verhuist naar een veiligere omgeving. En in een verklaring van 7 oktober 2024 geeft de psychiater aan dat de klachten onlosmakelijk verbonden zijn met de woonomstandigheden en de aanhoudende geluidsoverlast en dat een spoedige verhuizing binnen zes maanden absoluut noodzakelijk is om verdere gezondheidsproblemen te voorkomen. Eiser heeft op de zitting verteld dat hij bang is dat hij zo boos wordt op zijn buren dat hij zijn agressie niet meer onder controle kan houden.
7. Het college heeft de urgentieaanvraag opnieuw afgewezen en stelt zich op het standpunt dat het een herhaalde aanvraag is en dat er geen sprake is van gewijzigde feiten en omstandigheden. [2] Deze aanvraag is namelijk ook op medische gronden ingediend en eiser heeft dezelfde problematiek aangevoerd als in zijn aanvraag van 13 maart 2023. Zelfs de verklaring van de behandelend psychiater van 30 april 2024 is identiek aan de verklaring van 16 juni 2023 die bij de vorige aanvraag is beoordeeld door de onafhankelijke adviseur van Argonaut. Het college heeft daarom niet opnieuw advies gevraagd en de aanvraag niet verder inhoudelijk behandeld.
8. Bij brief van 10 maart 2025 heeft het college aangegeven dat de woningbouwcorporatie Portaal eiser op 13 februari 2025 een woning heeft aangeboden: een 4-kamer appartement op de begane grond in Overvecht. Eiser heeft deze woning geweigerd omdat hij – volgens het college – de buurt niet passend vindt. Het college stelt zich op het standpunt dat het weigeren van deze passende woning het verlenen van een urgentie in de weg staat.
Reformatio in peius
9. Eiser voert aan dat hij door het bestreden besluit in een slechtere positie is gebracht dan hij had voordat hij in bezwaar ging (reformatio in peius). Dit komt omdat in het eerste besluit van 24 juni 2024 niet meteen duidelijk is gemaakt dat de aanvraag werd behandeld als herhaalde aanvraag. Pas in het bestreden besluit is dit aan het licht gebracht. De consequentie hiervan moet zijn dat de aanvraag niet mag worden afgewezen als herhaalde aanvraag, maar dat deze inhoudelijk getoetst moet worden.
10. De rechtbank is van oordeel dat het college met het bestreden besluit niet heeft gehandeld in strijd met het verbod op reformatio in peius. Het verbod op reformatio in peius houdt in dat degene die opkomt tegen een besluit niet in een slechtere positie mag worden gebracht dan in de oorspronkelijke beslissing. Zowel in het primaire besluit van 24 juni 2024 als in het bestreden besluit van 21 november 2024 heeft het college geen aanleiding gezien om opnieuw medisch advies in te winnen of een andere afweging te maken dan bij de aanvraag uit 2023, omdat er geen sprake was van een gewijzigde (medische) situatie. Dat heeft er in beide besluiten toe geleid dat eiser geen urgentieverklaring krijgt. Dat eiser met het bestreden besluit in een slechtere positie is komen te verkeren dan voordat hij in bezwaar is gegaan kan de rechtbank daarom niet volgen. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Herbeoordeling in bezwaar
11. Eiser voert daarnaast aan dat er wel degelijk sprake is van gewijzigde feiten en omstandigheden die een urgentieverklaring op medische gronden alsnog onderbouwen. Hierbij verwijst hij naar de verklaring van zijn behandelend psychiater van 7 oktober 2024. Hieruit blijkt dat eiser in de periode sinds het medisch advies van Argonaut aantoonbaar veel zieker is geworden en dat dit komt door de huidige woonsituatie. Het college had de aanvraag daarom niet af mogen wijzen op grond van artikel 40, derde lid, van de huisvestingsverordening van de gemeente Utrecht en had wel nader onderzoek moeten doen naar de actuele medische situatie van eiser.
12. De rechtbank is van oordeel dat het college de urgentieaanvraag van eiser niet af mocht wijzen op de grondslag dat er geen sprake was van een gewijzigde (medische) situatie en er dus geen reden was voor aanvullend medisch onderzoek of een nieuwe afweging. Reden hiervoor is dat een beslissing op bezwaar een volledige heroverweging moet zijn van het primaire besluit, waarbij moet worden gekeken naar de situatie op het moment van het bestreden besluit (ex nunc toetsing). Eiser mag tijdens de bezwaarprocedure ook nieuwe feiten en omstandigheden aanvoeren. Dit heeft eiser ook gedaan met het rapport van zijn psychiater van 7 oktober 2024. Hierin staat dat de medische situatie van eiser in de tussentijd is verslechterd en hij dringend nieuwe en passende woonruimte nodig heeft. Het college had moeten beoordelen of die nieuwe informatie aanleiding gaf voor een nieuw medisch advies en opnieuw moeten afwegen of eiser op basis van de actuele informatie in aanmerking kwam voor een urgentieverklaring. Deze beroepsgrond slaagt.
13. Het beroep is daarom gegrond, maar eiser krijgt om een andere reden geen urgentieverklaring. Hieronder wordt uitgelegd waarom. Omdat eiser om een andere reden geen urgentieverklaring krijgt, is er nu ook geen reden meer om de medische situatie van eiser opnieuw te beoordelen.
Aangeboden woningen niet geaccepteerd
14. Verweerder heeft in een brief van 10 maart 2025 aangegeven dat eiser een aanbieding van Portaal van 13 februari 2025 heeft geweigerd. Verweerder geeft daarbij aan dat het weigeren van een passende woning in de weg staat aan het verlenen van een urgentie en ook grond is voor intrekking van een verleende urgentie. [3]
15. Op zitting hebben partijen afgesproken dat verweerder Portaal verzoekt om nog één keer een aanbieding aan eiser te doen. Portaal heeft vervolgens op 22 augustus 2025 en op 17 september 2025 een woning aan eiser aangeboden. Bij de aanbieding in augustus ging het om een benedenwoning met drie slaapkamers in Overvecht Zuid en bij de aanbieding in september ging het om een woning op de eerste verdieping in Overvecht Noord. Een benedenwoning in Overvecht Noord, overeenkomstig de voorkeuren van eiser, was niet beschikbaar.
16. Eiser voert aan dat de woningen die het college in samenwerking met Portaal aan hem heeft aangeboden niet passend waren. Het aanbod van 22 augustus 2025 betrof namelijk een woning in Overvecht-Zuid. Dit is niet in lijn met wat er is afgesproken op de zitting. Uit het verkort proces-verbaal van de zitting blijkt namelijk dat eiser graag een woning in Overvecht-Noord wil en dat Portaal hiernaar op zoek zou gaan. Het laatste aanbod van 2 oktober 2025 is ook niet passend. Dit betrof namelijk een woning op de eerste verdieping, in tegenstelling tot het advies van de psychiater die heeft aangegeven dat het noodzakelijk is dat eiser op de begane grond woont. Het college had kunnen weten dat de aangeboden woningen niet passend waren en heeft daarom onzorgvuldig gehandeld. Omdat eisers medische situatie niet nog verder kan verslechteren is het noodzakelijk dat hij op korte termijn verhuist naar een woning op de begane grond in Overvecht-Noord.
17. De rechtbank is van oordeel dat het college geen urgentieverklaring hoeft te verstrekken aan eiser. De rechtbank overweegt dat een urgentieaanvraag bedoeld is om een acuut woonprobleem op te lossen. Urgentie wordt ook slechts verleend als er wordt voldaan aan een aantal algemene voorwaarden. Daarin is opgenomen dat een verhuizing binnen zes maanden noodzakelijk is en de woningzoekende aantoonbaar niet in staat is om binnen zes maanden voor passende huisvesting te zorgen. [4] De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat het afwijzen van een passend aanbod daarmee in tegenspraak is. Bovendien is in artikel 43, vierde lid, onder c van de huisvestingsverordening opgenomen dat als de woningzoekende eenmaal een aanbod voor een passende woonruimte heeft geweigerd, het college een al verleende urgentieverklaring kan intrekken. Portaal heeft in totaal vier woningen aan eiser aangeboden. Eiser heeft echter alle vier de woningen niet geaccepteerd, omdat het aanbod niet passend zou zijn.
17.1.
De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van passend aanbod en dat het college met de aangeboden woningen niet onzorgvuldig heeft gehandeld. Integendeel, het college heeft in samenwerking met Portaal juist meerdere malen geprobeerd om gezamenlijk tot een oplossing te komen voor eisers huisvestingsprobleem. Eiser heeft echter in totaal vier aangeboden woningen afgewezen omdat deze niet passend zouden zijn. Dit standpunt volgt de rechtbank niet. Voor zover een woning op de eerste verdieping al niet passend zou zijn, zoals eiser stelt, gaat dit argument voor meerdere aangeboden woningen niet op. Die woningen zijn volgens eiser niet passend omdat die niet in Overvecht Noord liggen. Eiser heeft niet onderbouwd waarom een woning buiten Overvecht Noord niet passend zou zijn. Daarbij is van belang dat het er bij passend aanbod niet om gaat of een woning aan de voorkeuren van eiser voldoet. Volgens de rechtbank voldoen de aangeboden woningen ook aan de afspraken die zijn gemaakt op de zitting. In het proces-verbaal staat inderdaad dat de voorkeur uitgaat naar een benedenwoning in Overvecht-Noord, maar is ook opgenomen dat indien het Portaal niet lukt om een woning te vinden die voldoet aan de voorkeuren van eiser, er breder gezocht mag worden naar een passende woning.
17.2.
Eiser heeft dus passend aanbod afgewezen. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat eiser niet meer voldoet aan de gestelde algemene voorwaarden van de huisvestingsverordening. Het college mag op die grondslag weigeren om aan eiser een urgentieverklaring af te geven.
Conclusie en gevolgen
18. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen hiervan in stand. Het college is namelijk wel tot de juiste uitkomst gekomen, namelijk dat eiser geen urgentieverklaring krijgt, maar de redenering daarvoor was onjuist. Eiser krijgt dus geen urgentieverklaring. Wel krijgt eiser het griffierecht terug en een vergoeding van zijn proceskosten (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke reactie na het aanhouden van de zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
  • bepaalt dat de minister het griffierecht van €194,- aan eiser vergoedt;
  • veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.335,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. E.S. Dorsman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van 1 februari 2023 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ECLI:NL:RVS:2023:421.
2.Zie artikel 40, derde lid, van de huisvestingsverordening van de gemeente Utrecht.
3.Zie artikel 28 en Pro 43 van de huisvestingsverordening van de gemeente Utrecht.
4.Dit volgt uit artikel 28, eerste lid, onder f en g, van de huisvestingsverordening.