ECLI:NL:RBMNE:2026:785

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
UTR 26/1562 en UTR 26/1563
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 151d GemeentewetArt. 2:79 Algemene plaatselijke verordening gemeente Baarn 2019Art. 8 EVRMArt. 8:86 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huisverbod terecht opgelegd wegens ernstige en herhaaldelijke woonoverlast

Eiser woont sinds 2020 in een appartementencomplex en veroorzaakt sinds 2023 ernstige overlast, wat heeft geleid tot een sfeer van angst en onveiligheid in de buurt. De gemeente heeft meerdere interventies geprobeerd, waaronder gesprekken en buurtbemiddeling, maar zonder resultaat. Na een reeks incidenten, waaronder een geweldsincident en meerdere gedragsaanwijzingen, legde de burgemeester op 24 februari 2026 een huisverbod van tien dagen op.

Eiser betwist het huisverbod en voert aan dat er geen sprake is van ernstige of herhaaldelijke hinder, dat er geen belangenafweging conform artikel 8 EVRM Pro is gemaakt, en dat er geen vervangende woonruimte is aangeboden. De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester terecht het huisverbod heeft opgelegd, omdat het gedrag van eiser een structureel patroon van intimidatie en agressie vertoont en eerdere maatregelen niet effectief waren.

De belangenafweging is evenwichtig en het huisverbod proportioneel, mede omdat de burgemeester een hotelverblijf voor twee nachten aanbiedt en er mogelijkheden zijn voor onderdak bij familie of vrienden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Eiser kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 26/1562 en UTR 26/1563
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 maart 2026 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. T.S.H. Buskop),
en

de burgemeester van de gemeente Baarn, verweerder

(gemachtigden: mr. D.J. Rijken en J. van der Zanden).

Waar gaat deze zaak over?

Met het bestreden besluit van 24 februari 2026 heeft de burgemeester aan eiser een tijdelijk huisverbod opgelegd voor 10 dagen. Eiser heeft hiertegen beroep ingediend en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 2 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van de burgemeester.
Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist hij ook op het beroep van eiser daartegen. [1]
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?
1. Eiser woont sinds 2020 in een kleinschalig appartementencomplex. In 2023 is de gemeente bekend geraakt met ernstige overlastproblematiek door eiser veroorzaakt. In de buurt heerst een sfeer van angst en onveiligheid, veroorzaakt door eiser zelf. Verschillende buren zijn verhuisd door alle spanningen. Voor de gemeente is niet gebleken dat het mogelijk is om de conflicten op te lossen. Sinds 2023 probeert de gemeente een gesprek te krijgen met eiser, maar dat is niet gelukt. Voor de wijkagent opent eiser de deur niet, interventies via de moeder van eiser lukken niet en pogingen van buurtbewoners en de VvE om de situatie te de-escaleren hebben geen resultaat opgeleverd. Interventies via een gesprek, begeleiding of buurtbemiddeling zijn daardoor feitelijk niet uitvoerbaar gebleken.
Overzicht van interventies van de burgemeester
2. De burgemeester heeft op 30 september 2024 eiser een waarschuwingsbrief gestuurd waarin de van hem ondervonden woonoverlast wordt benoemd. Ook wordt aangegeven welke maatregelen zullen volgen als eiser de overlast niet beëindigd. Daarna heeft er op 2 juni 2025 een geweldsincident plaatsgevonden waarbij een persoon is mishandeld. Eiser is daarvoor veroordeeld door de strafrechter. Gelet op dit incident heeft de burgemeester op 24 juli 2025 een gedragsaanwijzing opgelegd. Daarin is de last opgelegd om eiser te onthouden van iedere vorm van communicatie met bewoners en bezoekers van het appartementencomplex. Als eiser zich niet aan deze last houdt, verbeurd eiser een dwangsom van ineens € 1.000,-. Nadat op 4 augustus 2025 wederom een incident heeft plaatsgevonden waarbij een bezoeker van het appartementencomplex is bedreigd, heeft eiser dwangsommen verbeurd. Dit heeft de burgemeester kenbaar gemaakt in het besluit van 22 augustus 2025. Vervolgens zijn er op 8 september 2025 en 27 oktober 2025 incidenten gebeurd, waarbij eiser verschillende buren heeft lastig gevallen. Dit heeft geleid tot een tweede gedragsaanwijzing dat de burgemeester bij besluit van 18 december 2025 heeft opgelegd. De last is hierbij dat eiser zich moet onthouden van elke vorm van directe of indirecte intimiderend/en of dreigend en fysiek geweld tegenover bewoners en bezoekers van het appartementencomplex. Hiervoor verbeurd eiser bij elke overtreding een dwangsom van € 1.500,-. In dit besluit is ook aangegeven dat bij een volgend incident een huisverbod opgelegd kan worden.
Aanleiding bestreden besluit
3. Op 3 februari 2026 heeft eiser geprobeerd om de kap van een boom te verhinderen. Dit incident heeft geleid tot het opleggen van het huisverbod voor de duur van tien dagen op grond van artikel 151d, derde lid, van de Gemeentewet, in combinatie met artikel 2:79 van Pro de Algemene Plaatselijke verordening gemeente Baarn 2019. Volgens de burgemeester is gelet op het voorgaande sprake van ernstige en herhaaldelijke hinder. Eiser veroorzaakt een structureel, herhaaldelijk en met opzet ernstige hinder, overlast en intimidatie. Het gedrag tijdens het incident van 3 februari 2026 sluit aan bij het bredere patroon dat bij eiser is vastgesteld; een structurele, intimiderende en agressieve wijze van optreden. De burgemeester vindt het opleggen van het huisverbod evenredig omdat het algemene belang van de omgeving zwaarder weegt dan het belang van eiser om in de woning te kunnen blijven. Ook is het opleggen van een minder zwaar middel niet mogelijk volgens de burgemeester.
Wat voert eiser aan?
4. Eiser is het niet eens met het opleggen van het huisverbod. Hij voert aan dat over eerdere verbeurde dwangsommen en een gedragsaanwijzing nog procedures lopen. Volgens eiser is er geen reden om een huisverbod op te leggen, er is geen sprake van ernstige of herhaaldelijke hinder. Dit blijkt namelijk niet uit het besluit of de stukken. De incidenten die de burgemeester aanhaalt betwist eiser. Verder heeft de burgemeester ten onrechte geen belangenafweging in het kader van artikel 8 van Pro het EVRM gedaan, en is er ten onrechte geen vervangende woonruimte aangeboden. Ook is eiser van mening dat er andere maatregelen genomen hadden kunnen worden en is het huisverbod niet evenwichtig.
Beoordelingskader
5. Op grond van artikel 151d, derde lid, van de Gemeentewet kan de gemeenteraad in een verordening bepalen dat degene die een woning heeft met een adres in de gemeente en die ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden veroorzaakt, een huisverbod opgelegd krijgt voor een periode van tien dagen.
6. In artikel 2:79 van Pro de Algemene plaatselijke verordening gemeente Baarn 2019 is bepaald dat de burgemeester een last onder bestuursdwang opleggen als sprake is van ernstige en herhaaldelijke hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn of als sprake is van intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
7. De burgemeester heeft beleid vastgesteld in het Uitvoeringsbesluit APV Baarn Aanpak ernstige woonoverlast. In dat beleid is beschreven hoe en wanneer de burgemeester gebruik maakt van zijn bevoegdheid om bestuursrechtelijke maatregelen te nemen in geval ernstige en herhaalde hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
Oordeel van de voorzieningenrechter
8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat gelet op de aan het besluit ten grondslag liggende rapportage, proces-verbaal, verklaringen, waarschuwingen en gedragsaanwijzingen, de burgemeester zich terecht op het standpunt heeft kunnen stellen dat sprake is van ernstige en herhaaldelijke overlast. Eiser heeft aangegeven dat zijn kant van het verhaal onvoldoende is betrokken in het hele dossier. Dit heeft eiser niet concreet gemaakt door bijvoorbeeld aan te geven hoe de genoemde incidenten dan wel hebben plaatsgevonden. Dat er twee kanten aan het verhaal zijn en buren wellicht op momenten anders hadden kunnen handelen, neemt niet weg dat eiser herhaaldelijk ernstige overlast heeft veroorzaakt.
Ten aanzien van het incident van 3 februari 2026 hebben niet alleen buren een verklaring gegeven, maar ook een hovenier die als onafhankelijk bestempeld kan worden. Deze verklaring laat ook zien dat eiser intimiderend en agressief was bij het incident van 3 februari 2026. De omstandigheid dat na de tweede gedragsaanwijzing sprake was van een aantal maanden rust, maakt niet dat geen sprake is van herhaaldelijke hinder. De burgemeester was daarom bevoegd om het huisverbod op te leggen.
9. De voorzieningenrechter vindt ook dat het opleggen van het huisverbod evenwichtig is. Uit de toelichting in het besluit blijkt dat alle stappen uit de Aanpak ernstige woonoverlast zijn doorlopen en dat dit niet heeft geleid tot het gewenste resultaat. Eerst heeft de burgemeester een waarschuwing gegeven, daarna zijn er lasten onder dwangsom opgelegd en heeft eiser dwangsommen verbeurd. Daarmee is de burgemeester steeds een stap verder gegaan zoals weergegeven in de het Uitvoeringsbesluit APV Baarn Aanpak ernstige woonoverlast. Ook heeft de burgemeester duidelijk aangegeven dat een huisverbod opgelegd zou kunnen worden. Eiser heeft gesteld dat er nog andere oplossingen mogelijk zijn zoals buurtbemiddeling. De burgemeester heeft echter al toegelicht dat dit een gepasseerd station is omdat eiser op geen enkel moment heeft willen meewerken aan interventies. De stelling van eiser dat hij eerdere brieven in een voorstadium niet heeft ontvangen en niet thuis was toen de wijkagent bij eiser langskwam, vindt de voorzieningenrechter niet aannemelijk.
10. De belangenafweging die de burgemeester eerst had gedaan was summier. Dat had ermee te maken dat eiser geen concrete belangen had aangegeven die betrokken moesten worden. De burgemeester heeft terecht het belang van eiser om in de periode van tien dagen in zijn woning te kunnen blijven wonen niet laten opwegen tegen het belang van de openbare orde en daarmee van de omwonenden die al meerdere jaren overlast ondervinden. Dat de burgemeester geen vervangende woonruimte zou hebben geboden, zoals eiser stelt, volgt de voorzieningenrechter niet. Uit het besluit volgt dat de burgemeester voor twee nachten een verblijf in een hotel wil bekostigen, en dat eiser daarna terecht kan bij een nachtopvang in Hilversum of Amersfoort. De enkele stelling van eiser dat hij geen onderdak kan vinden voor tien dagen is onvoldoende. Dat het niet mogelijk is om dit te onderbouwen volgt de voorzieningenrechter niet. Daarnaast is tijdens de zitting gebleken dat het voor eiser niet onmogelijk is om bij familie of vrienden onderdak te vinden. Daar komt bij dat de burgemeester op de zitting heeft aangegeven dat hij na vijf dagen onder begeleiding van de politie of een boa spullen mag ophalen uit zijn woning als dat nodig is voor zijn werk. Het bestreden besluit is daarom evenredig.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de burgemeester terecht een huisverbod heeft opgelegd. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
13. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2026 door mr. G. Schnitzler, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover daarbij is beslist op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover daarbij is beslist op het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Voetnoten

1.Artikel 8:86 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.