ECLI:NL:RBMNE:2026:780
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontheffing geluiddemper voor ganzenbeheer wegens terughoudend beleid en ontbreken dienstverband
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor ontheffing van het verbod op het voorhanden hebben van een geluiddemper ten behoeve van ganzenbeheer. De minister heeft deze aanvraag op 31 juli 2024 afgewezen en dit besluit bij bezwaar gehandhaafd. Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing. Na een tussenuitspraak van de rechtbank waarin een procedureel gebrek werd vastgesteld, heeft de minister een nieuw besluit genomen dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang, nu het eerste besluit is ingetrokken. Het beroep tegen het tweede besluit is inhoudelijk beoordeeld en ongegrond verklaard. De minister mocht uitgaan van het negatieve advies van de korpschef, die oordeelde dat eiser geen redelijk belang had omdat hij niet in dienst is van een natuurorganisatie die zich bezighoudt met wildbeheer en schadebestrijding.
De rechtbank bevestigt dat geluiddempers in categorie 1 van de Wet wapens en munitie vallen, waarvoor een terughoudend beleid geldt om misbruik te voorkomen. Het beleid van de minister om ontheffing alleen te verlenen aan personen met een dienstverband bij een natuurorganisatie is niet onredelijk en strookt met eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de stelling dat het gebruik van geluiddempers geluidsoverlast vermindert, slaagt niet.
De rechtbank bepaalt dat de minister het griffierecht van eiser moet vergoeden omdat het beroep tegen het eerste besluit terecht was ingesteld. De gevraagde ontheffing wordt niet verleend.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond; de gevraagde ontheffing wordt niet verleend.