ECLI:NL:RBMNE:2026:777

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
C/16/598918 / JE RK 25-1342
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige wegens complexe jeugdzorgsituatie

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige van 8 jaar. De kinderrechter heeft eerder de machtiging verlengd tot 25 januari 2026 en moest nu beslissen over een verdere verlenging tot 25 april 2026.

De minderjarige verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder en staat onder toezicht van de GI. De GI heeft in korte tijd daadkrachtig gehandeld door het betrekken van het Regionale Omdenk- en Expertteam (ROEL) en het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE). Het ROEL adviseerde een CLAS-H behandeling, een systemische therapie gericht op het doorbreken van schadelijke gezinsdynamieken.

De kinderrechter oordeelt dat thuisplaatsing met intensieve hulpverlening momenteel te risicovol is vanwege de spanningen en gedragsproblemen van de minderjarige, die nog onvoldoende behandeld zijn. De verlenging is noodzakelijk om de therapie te laten slagen en verdere escalaties te voorkomen. De vader is tegen de verlenging, de moeder heeft geen verweer gevoerd. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en er is een persoonlijke brief aan de minderjarige toegevoegd.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 25 april 2026 en de beschikking is direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht, locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/598918 / JE RK 25-1342
Datum uitspraak: 16 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd in Utrecht,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat mr. H. Hooijer.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter verwijst voor de procedure tot aan 17 oktober 2025 naar de beschikking van die datum. De kinderrechter heeft daarna op 7 januari 2026 een bericht van de GI (met bijlagen) ontvangen.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 16 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de advocaat van van de vader;
  • de moeder;
- [A] , namens de GI.
De vader is niet naar de zitting gekomen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] dit keer niet naar zijn mening gevraagd. De kinderrechter had hem voor de vorige mondelinge behandeling al een uitnodiging gestuurd. [minderjarige] heeft toen geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn mening te geven.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder hebben het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft bij [organisatie] in [plaats] .
2.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] bij beschikking van 25 april 2024 onder toezicht gesteld van de GI tot 25 april 2025. De kinderrechter heeft toen ook een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De ondertoezichtstelling is voor het laatst verlengd bij beschikking van 7 april 2025 tot 25 april 2026. De machtiging tot uithuisplaatsing is voor het laatst verlengd bij beschikking van 17 oktober 2025 tot 25 januari 2026, met aanhouding van het resterende deel van het verzoek.

3.Waar de procedure over gaat

3.1.
De GI heeft op 28 augustus 2025 verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De kinderrechter heeft bij de beschikking van 17 oktober 2025 de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd met drie maanden. Het overige deel heeft de kinderrechter aangehouden. Dat betekent dat de kinderrechter nu nog een beslissing moet nemen over de vraag of de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengd moet worden tot 25 april 2026.
3.2.
De GI vindt dat die verlenging nodig is en handhaaft het resterende deel van het verzoek.
3.3.
De moeder heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek.
3.4.
De vader is het niet eens met het verzoek van de GI. Hij wil dat [minderjarige] zo snel mogelijk bij de moeder, of anders bij de vader, wordt teruggeplaatst. Volgens de vader is de uithuisplaatsing niet in het belang van [minderjarige] .

4.De beoordeling

De beslissing
4.1.
De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengen tot 25 april 2026. Zij verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Hierna legt de kinderrechter de beslissing uit.
De machtiging tot uithuisplaatsing
4.2.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 17 oktober 2025 de GI de opdracht gegeven om te beoordelen wat het meest in het belang is van [minderjarige] : een langere uithuisplaatsing of een andere koers zoals bijvoorbeeld een thuisplaatsing met intensieve ondersteuning. Als de GI tot de conclusie zou komen dat een langere uithuisplaatsing noodzakelijk is, wilde de kinderrechter van de GI een duidelijk plan voor de komende periode ontvangen.
4.3.
De kinderrechter constateert dat de GI in de afgelopen periode hard heeft gewerkt. De GI heeft een aanmelding gedaan bij ROEL (het Regionale Omdenk- en Expertteam van Lekstroom). ROEL is een multidisciplinair overleg waarin vastgelopen of complexe jeugdzorgcasussen worden besproken. Tijdens het ROEL is ook het CCE (Centrum voor Consultatie en Expertise) aangesloten.
4.4.
Het ROEL heeft CLASH-H-behandeling geadviseerd. Daar is [minderjarige] inmiddels ook voor aangemeld. CLAS-H is een systemische therapie die gericht is op het doorbreken van schadelijke patronen binnen gezinnen, vooral in situaties van huiselijk geweld, seksueel misbruik of seksueel grensoverschrijdend gedrag. Volgens het ROEL is het voor [minderjarige] belangrijk dat deze therapie gevolgd wordt. De moeder heeft toegezegd dat zij hieraan zal meewerken. De bereidheid van de vader is nog onduidelijk. De kinderrechter benadrukt via deze weg dat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] heel belangrijk is dat de vader gaat deelnemen.
4.5.
Thuisplaatsing van [minderjarige] (met intensieve hulpverlening) is volgens het ROEL nu te risicovol. De kinderrechter kan dat volgen. Ten eerste is het risico te groot dat bij thuisplaatsing de huidige spanningen en gedragsproblemen van [minderjarige] zich van de groep naar thuis verplaatsen. Een thuisplaatsing zal dan voor veel onrust zorgen bij [minderjarige] , terwijl de problematiek vermoedelijk niet zal verminderen. Dat is niet in het belang van [minderjarige] . De trauma’s van [minderjarige] en de doorwerking daarvan in de thuissituatie zijn nog onvoldoende behandeld. Verder is een langere uithuisplaatsing noodzakelijk om te zorgen dat de therapie voor [minderjarige] van de grond komt. Het is namelijk onduidelijk of de moeder, en de rest van het systeem, de opvoedvraag van [minderjarige] en de gevolgen van de therapie op het gedrag van [minderjarige] nu aankunnen. Daarin wordt ook meegewogen dat er eerder een patroon was van escalaties. Het risico op behandeluitval van [minderjarige] , met alle gevolgen van dien, is vervolgens heel groot.
4.6.
De kinderrechter kan de GI volgen in de opvatting dat er eerst behandeling moet komen voor het perspectief bepaald kan worden. Hoe de behandeling zich verhoudt tot een perspectiefonderzoek is maatwerk en zal steeds opnieuw beoordeeld moeten worden. De kinderrechter complimenteert de jeugdbeschermer. De kinderrechter realiseert zich dat zij de jeugdbeschermer met een ingewikkelde opdracht ‘op pad’ heeft gestuurd, en dat heeft de jeugdbeschermer zeer kordaat opgepakt. Het is zoeken wat [minderjarige] nodig heeft en hoe hij het beste geholpen kan worden. Het is fijn om te zien dat de jeugdbeschermer steeds opnieuw blijft zoeken naar nieuwe wegen om dat te doen. Daarmee wordt in deze moeilijke situatie het meest recht gedaan aan [minderjarige] .
4.7.
De kinderrechter begrijpt dat deze conclusie van de ouders (wederom) veel flexibiliteit vraagt. Het is knap dat de moeder, ondanks de vele tegenslagen, nog steeds haar schouders eronder zet en dat de verhouding tussen moeder en de jeugdbeschermer is verbeterd. De kinderrechter hoopt dat de ouders vertrouwen putten uit het feit dat er nu een plan ligt voor de komende periode.
4.8.
Tegelijk met de beschikking stuurt de kinderrechter ook een brief aan [minderjarige] . Daarin is het volgende opgenomen:
“Hoi [minderjarige] ,daar ben ik weer: de kinderrechter. Ik heb je al eerder geschreven. Nu heb ik weer van alles over je gelezen en ik heb mama en [B] gesproken. Dat was vlak na de sneeuw er was. Heb je sneeuwballen gegooid of een sneeuwpop gemaakt? Vast wel!Ik las dat je het naar je zin hebt bij de [instelling] . Dat vind ik heel fijn voor je! Ik heb ook gehoord dat je laatst voor het eerst een nachtje bij mama hebt geslapen. Ik kan me voorstellen dat je dat erg leuk vond.Het is mooi om te zien dat iedereen zijn best doet om te zorgen dat het goed met jou gaat. Mama doet natuurlijk superhard haar best en ook [B] doet veel. Voor jou hoop ik dat je geniet van de leuke dingen op de groep, bij mama en met papa als je hem ziet.[minderjarige] , ik wens jou het beste en hoop dat het de komende maanden goed met je gaat, want dat is wat iedereen je gunt, ook ik!”
Uitvoerbaar bij voorraad
4.9.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 25 april 2026;
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026 door mr. T. Dopheide, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.N. van Oostveen als griffier, en op schrift gesteld op 27 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.