ECLI:NL:RBMNE:2026:769

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
UTR 24/2774, UTR 24/3853, UTR 24/3855
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht opgelegd ondanks verwarring registratie

De heffingsambtenaar heeft aan eiser drie naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd voor het parkeren zonder betaling in de Sumatrastraat te Utrecht op verschillende data in januari en februari 2024. Eiser maakte bezwaar tegen deze aanslagen, maar deze werden ongegrond verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank.

Eiser voerde aan dat hij beschikte over een zakelijke parkeervergunning en dat het digitale registratiesysteem van de gemeente Utrecht verwarrend was. Hij stelde dat het systeem meerdere plekken bood om het kenteken te registreren, en dat hij aanvankelijk het kenteken onder 'gebruikers' wijzigde, terwijl het onder 'parkeeracties' had moeten gebeuren. Na contact met de gemeente heeft hij dit alsnog aangepast.

De heffingsambtenaar stelde dat het voertuig niet correct was aangemeld en dat eerdere aanslagen uit coulance waren vernietigd. De rechtbank oordeelde dat het de verantwoordelijkheid van de parkeerder is om het kenteken correct te registreren en dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd. De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard en eiser moet de aanslagen betalen zonder teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslagen parkeerbelasting.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 24/2774, UTR 24/3853 en UTR 24/3855

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

(gemachtigde: [gemachtigde] )
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
(gemachtigde: W. Vos)

Procesverloop

1.1
De heffingsambtenaar heeft op 17 januari 2024, 7 februari 2024 en 14 februari 2024 aan eiser naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd. Eiser heeft tegen deze naheffingsaanslagen bezwaar gemaakt.
1.2
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraken op bezwaar van 13 februari 2024 en 20 februari 2024 de bezwaren van eiser ongegrond verklaard.
1.3
Eiser heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft verweerschriften ingediend.
1.4
De zaak is behandeld op de zitting van 2 februari 2026. De gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar hebben deelgenomen aan de zitting.

Overwegingen

2. Het voertuig van eiser met het kenteken 3TSK43 stond op verschillende dagen geparkeerd in de Sumatrastraat in Utrecht zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Naar aanleiding hiervan zijn de volgende naheffingsaanslagen opgelegd:
- aanslagnummer [nummer] , op 5 januari 2024 om 10:13 uur;
- aanslagnummer [nummer] , op 23 januari 2024 om 09:33 uur;
- aanslagnummer [nummer] , op 2 februari 2024 om 09:53 uur.
Beroepsgronden
3. Eiser voert aan dat hij beschikt over een zakelijke parkeervergunning. Eiser stelt verder dat het zorgdragen voor een correcte registratie in het digitale systeem van de gemeente heel erg verwarrend is. Onder het kopje “gebruikers” wordt een tabel weergeven met de naam van eiser en het voertuig. Als eiser hier het kenteken wijzigt, dan wordt het kenteken ook gewijzigd onder “gebruikers”. Het is volgens eiser logisch dat het systeem vervolgens het ingevoerde kenteken juist moet doorgeven. Dit blijkt niet het geval te zijn. Na contact met de gemeente Utrecht is het nu bij eiser bekend dat hij het kenteken onder “parkeeracties” moest registeren. Dit heeft hij daarna dan ook gedaan. Eiser stelt dat hij wel inspanningen heeft geleverd om te zorgen voor een correcte registratie, maar dat het portaal van de gemeente Utrecht verschillende mogelijkheden biedt om het kenteken te registreren.
4. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat uit het parkeervergunningensysteem volgt dat het voertuig van eiser niet correct was aangemeld. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar tijdens de zitting toegelicht dat eerdere aanslagen al eens uit coulance zijn vernietigd.
5. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar terecht de naheffingsaanslag parkeerbelasting aan eiser heeft opgelegd. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van een parkeerder ervoor te zorgen dat het kenteken op de juiste manier is geregistreerd. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht heeft opgelegd en dat eiser deze moet betalen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
mr.A.A. Mulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.