Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
geboren op [geboortedatum] 1977 te ,
wonende te [adres] , [postcode] [plaats] ;
Rechtbank Midden-Nederland
De heer verzoeker heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) en om een eerdere ingangsdatum van de regeling vast te stellen. De rechtbank beoordeelt dat verzoeker zich in een problematische schuldensituatie bevindt en te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. Daarom wordt het verzoek tot toelating tot de Wsnp toegewezen.
De rechtbank stelt de duur van de Wsnp vast op achttien maanden, conform artikel 349a van de Faillissementswet. Het verzoek om een eerdere ingangsdatum, namelijk 26 mei 2025, wordt afgewezen omdat verzoeker zich onvoldoende heeft ingespannen om maximaal af te lossen voor zijn schuldeisers. Hoewel verzoeker fulltime werkt, heeft hij hoge reiskosten en een te hoge huur, waardoor hij onvoldoende kostenbesparingen heeft gerealiseerd.
De rechtbank benoemt een rechter-commissaris en een bewindvoerder en geeft de bewindvoerder opdracht om de post van verzoeker in te zien tot maximaal dertien maanden. Tevens mag de bewindvoerder een voorschot op zijn vergoeding nemen zolang de regeling loopt en de boedel toereikend is. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: Toelating tot Wsnp met ingangsdatum 27 januari 2026 en afwijzing van verzoek tot eerdere ingangsdatum wegens onvoldoende inspanningen.