ECLI:NL:RBMNE:2026:742
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening moratorium wegens huurachterstand en ontruiming
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b lid 1 Faillissementswet, met als doel een moratorium te verkrijgen om ontruiming van de woning te voorkomen. De verhuurders, meneer en mevrouw [naam 1], hebben het verzoek bestreden en gesteld dat zij aan hun verplichtingen hebben voldaan en aanzienlijke schade hebben geleden door de huurachterstand.
De rechtbank overweegt dat een voorlopige voorziening bedoeld is om een adempauze te creëren voor schuldenaren om een minnelijke schuldregeling te treffen, waarbij ook de lopende verplichtingen moeten worden nagekomen. De belangen van verhuurders om de woning te ontruimen en verdere financiële schade te voorkomen wegen zwaarder dan het belang van verzoeker om in de woning te blijven. Verzoeker staat niet ingeschreven op het adres en het is onduidelijk of hij elders terecht kan.
Daarnaast is onvoldoende inzicht gegeven in de schuldenlast en de financiële situatie van verzoeker. De rechtbank heeft twijfels over de betalingsbereidheid van verzoeker, mede omdat hij bewust is gestopt met betalen na mededelingen van verhuurders over verkoop en ontbinding van de huurovereenkomst. Verzoeker staat nog aan het begin van het schuldhulpverleningstraject en heeft ruimschoots gelegenheid gehad zich aan te melden.
Op grond van deze overwegingen wijst de rechtbank het verzoek af. De beslissing is genomen door rechter P.J. Neijt en griffier R.A. Oelen en is op 27 januari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen en de ontruiming van de woning kan doorgaan.