ECLI:NL:RBMNE:2026:727

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
11955049 UT VERZ 25-7829 DR
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot mentorschap ondanks verstoorde familieverhoudingen en levenstestament

Betrokkene lijdt aan dementie en verblijft in een zorginstelling. Zijn dochters uit het eerste huwelijk verzoeken om een mentorschap, stellende dat de echtgenote tekortschiet in de behartiging van zijn niet-vermogensrechtelijke belangen. De echtgenote en haar dochters uit het tweede huwelijk verzetten zich tegen dit verzoek en wijzen op het notariële levenstestament waarin betrokkene een algemene volmacht aan hen heeft gegeven.

De kantonrechter stelt vast dat het levenstestament rechtsgeldig is opgesteld, met een onafhankelijke arts die de wilsbekwaamheid van betrokkene heeft beoordeeld. Er is geen bewijs van herroeping. Hoewel de familieverhoudingen ernstig verstoord zijn, is niet gebleken dat de echtgenote tekortschiet in haar zorg- en informatieplicht. Betrokkene ontvangt passende zorg en er is een bezoekregeling getroffen om escalaties te voorkomen.

De kantonrechter oordeelt dat een mentorschap niet in het belang van betrokkene is, omdat het de spanningen waarschijnlijk niet zal verminderen en mogelijk de communicatie zal bemoeilijken. Het levenstestament blijft de meest passende voorziening. Het verzoek tot mentorschap wordt daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot het instellen van een mentorschap wordt afgewezen vanwege het rechtsgeldige levenstestament en de adequate behartiging van belangen door de echtgenote.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
zaaknummer: 11955049 UT VERZ 25-7829 DR
datum : 5 februari 2026

beschikking op een verzoek tot instellen mentorschap

op verzoek van:

[verzoekster 1] ,

wonende te [postcode 1] [woonplaats 1] , [adres 1] ,
en

[verzoekster 2] ,

wonende te [postcode 2] [woonplaats 2] , [adres 2] ,
hierna te noemen: verzoekers,
met betrekking tot:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946,
wonende te [postcode 3] [woonplaats 3] , [adres 3] ,
hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 4 november 2025;
  • de brief van 12 januari 2026 van [persoon 1] ;
  • de brief van 12 januari 2026 van [persoon 2] ;
  • de brief van 12 januari 2026 van [persoon 3] ;
  • de brief van 14 januari 2026 namens betrokkene, geschreven door [persoon 1] en verzonden door [persoon 4] , maatschappelijk werkster bij [zorginstelling] .
Verzoekers zijn de dochters uit het eerste huwelijk van betrokkene. [persoon 2] en [persoon 3] zijn de dochters uit het tweede huwelijk van betrokkene. [persoon 1] is de echtgenote van betrokkene en moeder van de dochters uit het tweede huwelijk.
Het verzoek is mondeling behandeld op 20 januari 2026. Daarbij zijn betrokkene, zijn echtgenote en zijn vier hierboven genoemde dochters verschenen. Verzoekers hebben hun verzoek toegelicht mede aan de hand van een overgelegde pleitnota. De echtgenote en de dochters uit het tweede huwelijk hebben verweer gevoerd, eveneens mede aan de hand van een overgelegde pleitnota. Zij hebben de kantonrechter daarnaast inzage gegeven in het levenstestament van betrokkene en in een in overleg met [zorginstelling] gemaakte schriftelijke vastlegging van de bezoekregeling.
De kantonrechter heeft op 29 januari 2026 mevrouw [persoon 4] voornoemd telefonisch als informant gehoord, met instemming van alle belanghebbenden.

beoordeling

Als vaststaand kan worden aangenomen dat betrokkene lijdt aan dementie en daardoor zijn niet-vermogensrechtelijke belangen niet zelf meer kan behartigen. Betrokkene verblijft in een zorginstelling van [zorginstelling] . Zijn echtgenote staat daar geregistreerd als eerste aanspreekpunt.
Verzoekers vragen om het instellen van een mentorschap ten behoeve van betrokkene, uit te voeren door een professionele mentor. Zij hebben de noodzaak daarvan toegelicht mede aan de hand van een schrijven dat bij het verzoekschrift is gevoegd en hun ter zitting overgelegde pleitaantekeningen. De kantonrechter maakt hieruit op dat verzoekers stellen dat de echtgenote van betrokkene tekort schiet in de behartiging van de niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene omdat zij hen niet of onvoldoende informeert over en betrekt bij de zorgverlening aan betrokkene en hen belemmert in de toegang tot betrokkene.
De echtgenote en haar twee dochters hebben zich verweerd tegen het verzoek. Zij beroepen zich daarbij primair op het door betrokkene opgemaakte notariële levenstestament.
In dit levenstestament heeft betrokkene een algemene volmacht gegeven aan zijn echtgenote en aan de twee dochters uit het tweede huwelijk om zijn vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen. In het levenstestament is door betrokkene expliciet aangegeven dat dit is opgesteld om te voorkomen dat beschermingsbewind of mentorschap wordt uitgesproken.
Het levenstestament is opgesteld door een notaris volgens alle daar voor geldende regels, nadat een onafhankelijk arts de wilsbekwaamheid van betrokkene heeft beoordeeld. Betrokkene heeft in zijn levenstestament helder opgeschreven wat zijn wensen ten aanzien van de algehele volmacht zijn. Van een herroeping van het levenstestament is niet gebleken. Daarmee is het levenstestament een volledig rechtsgeldig document dat in beginsel nageleefd en gerespecteerd dient te woorden door zowel de familie als ook door externe partijen.
Feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden zijn niet aannemelijk geworden. Gebleken is weliswaar dat de verhoudingen tussen enerzijds de dochters uit het eerste huwelijk en anderzijds de echtgenote en de dochters uit het tweede huwelijk langdurig en ernstig zijn beschadigd, maar op zichzelf is niet gebleken dat de echtgenote en haar dochters tekortschieten in de behartiging van de niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene. Betrokkene krijgt in de zorginstelling immers de zorg die hij nodig heeft. Verder acht de kantonrechter van belang dat, in samenspraak met de zorginstelling, een bezoekregeling is getroffen die de dochters uit het eerste huwelijk in beginsel in staat stelt hun vader onbeperkt te bezoeken in de zorginstelling. De enige voorwaarde hierbij is dat zij van tevoren hebben ingetekend op de kalender, die deel uitmaakt van het voor hen digitaal toegankelijke Familienet van de zorginstelling, op een tijdslot dat (nog) niet door de echtgenote en de dochters uit het tweede huwelijk is gereserveerd. Voor de echtgenote en de dochters uit het tweede huwelijk geldt een vergelijkbare regeling. Dit ter voorkoming van ongewenste confrontaties en escalaties, die betrokkene stress en verdriet veroorzaken en hem ontregelen. Ten aanzien van de informatievoorziening geldt dat de echtgenote, zoals zij er zitting nogmaals heeft bevestigd, de instelling toestemming heeft gegeven de dochters uit het eerste huwelijk alle van belang zijnde informatie over hun vader te geven. Ter verkrijging van die informatie hebben de dochters uit het eerste huwelijk veelvuldig contact met de instelling, naast een maandelijks overleg met (een vertegenwoordiger van) het zorgteam.
Ondanks deze regeling blijven de spanningen tussen de verschillende belanghebbenden bestaan. Dat is belastend voor de instelling, maar met name voor betrokkene. Betrokkene heeft dit er zitting in een één op één gesprek met de kantonrechter ook aangegeven. Het valt niet te verwachten dat een mentor aan deze situatie veel kan veranderen. Hij of zij zal waarschijnlijk, net als de instelling, klem komen te zitten tussen de twee kampen. Daarnaast zou de benoeming van een mentor een extra schakel opleveren in de informatievoorziening, met mogelijk nog meer ruis op de lijn. De kantonrechter acht de instelling van een mentorschap daarom niet in het belang van betrokkene. Wat wel in zijn belang is, is dat zoals de betrokkene het ter zitting zelf verwoordde ‘de dames ophouden met ruziemaken’.
Gezien het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat er geen reden is voorbij te gaan aan het levenstestament. Het levenstestament is ook in deze omstandigheden een meer passende en minder verstrekkende voorziening dan een maatregel van mentorschap.

beslissing

De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.