Partijen sloten op 31 maart 2022 een huurovereenkomst voor een kamer met een bepaalde looptijd, die daarna stilzwijgend werd voortgezet voor onbepaalde tijd. Op 1 maart 2023 zegden verhuurders de huur op wegens dringend eigen gebruik, namelijk renovatie en verkoop van de woning. Huurder vertrok op 5 mei 2023.
De kantonrechter oordeelde dat de huuropzegging rechtsgeldig was als opzegging wegens dringend eigen gebruik, maar dat de renovatie uiteindelijk niet heeft plaatsgevonden. Hierdoor is de wil van verhuurder om het gehuurde duurzaam in eigen gebruik te nemen geacht niet aanwezig te zijn geweest, waardoor zij aansprakelijk zijn voor de door huurder geleden schade.
Huurder heeft de schade nog onvoldoende onderbouwd, maar krijgt de gelegenheid dit alsnog te doen. De zaak wordt aangehouden voor nadere onderbouwing en reactie van verhuurder. De beslissing is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne op 18 februari 2026.