Uitspraak
1.De procedure
- de incidentele conclusie tot onbevoegdheid van [gedaagde] ;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van onbetaalde facturen uit een aannemingsovereenkomst. Gedaagde stelt een incident in en beroept zich op een arbitragebeding in artikel 12 van Pro de overeenkomst, waardoor de kantonrechter onbevoegd zou zijn.
De kantonrechter oordeelt dat partijen inderdaad een arbitragebeding zijn overeengekomen conform artikel 1020 en Pro 1021 Rv. Eiseres heeft niet voldaan aan de voorwaarde om gedaagde bij aangetekende brief een termijn van minstens één maand te geven om te kiezen tussen arbitrage of rechterlijke procedure. De brief van 17 februari 2025 voldoet niet aan deze eisen.
Omdat gedaagde heeft aangegeven de zaak door de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen te willen laten behandelen, verklaart de kantonrechter zich onbevoegd. Eiseres wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €288 aan de zijde van gedaagde.
Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich onbevoegd wegens arbitragebeding en veroordeelt eiseres tot betaling van proceskosten.