ECLI:NL:RBMNE:2026:691

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
16.652152.18
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 SvArt. 2.3 Wfz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging tbs-maatregel wegens laag recidiverisico en vrijwillige medicatie

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 12 februari 2026 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de tbs-maatregel van betrokkene, die sinds 18 september 2018 onder voorwaarden ter beschikking is gesteld wegens meervoudige belaging.

De rechtbank baseerde zich op diverse stukken, waaronder het Pro Justitia-rapport, het verlengingsadvies van de reclassering en voortgangsverslagen. De reclassering adviseerde de tbs niet te verlengen omdat betrokkene vrijwillig depotmedicatie gebruikt en kan blijven wonen op een 24-uurs woonlocatie met een WMO-indicatie. De officier van justitie en de verdediging onderschreven dit standpunt.

Hoewel bij betrokkene nog sprake is van een stoornis, is het recidiverisico laag zolang hij zijn medicatie blijft innemen en begeleid woont. De rechtbank concludeerde dat voortzetting van de tbs-maatregel niet langer noodzakelijk is om de veiligheid te waarborgen. De vordering tot verlenging van de tbs werd daarom afgewezen en de maatregel eindigt van rechtswege.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de tbs-maatregel af omdat het recidiverisico laag is en betrokkene vrijwillig medicatie blijft innemen en begeleid woont.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.652152.18 (vordering verlenging tbs met voorwaarden)
Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 12 februari 2026
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.

1.De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
  • het vonnis van deze rechtbank van 18 september 2018 waarbij betrokkene onder voorwaarden ter beschikking is gesteld, onder meer, wegens belaging, meermalen gepleegd, waarbij de ter beschikking stelling met voorwaarden (hierna: tbs) dadelijk uitvoerbaar is verklaard;
  • stukken waaruit blijkt dat de tbs is ingegaan op 18 september 2018;
  • de beslissing van deze rechtbank van 9 september 2024, waarbij de termijn van de tbs voor het laatst is verlengd met een jaar;
  • het Pro Justitia-rapport van 30 maart 2025, opgemaakt door [A] , psychiater;
  • het verlengingsadvies van 21 juli 2025 van het [organisatie 1] , opgemaakt door [B] , reclasseringswerker;
  • de vordering van de officier van justitie van 12 augustus 2025, die strekt tot verlenging van de tbs met een jaar;
  • de voortgangsverslagen over de periode van 19 september 2024 tot en met 22 september 2025;
  • een Verzoekschrift Zorgmachtiging met toepassing van artikel 2.3 Wfz van 22 september 2025 van de officier van justitie;
  • een e-mailbericht van [organisatie 2] van 24 november 2025 over een gewijzigd inzicht over de noodzaak van een zorgmachtiging;
  • de processen-verbaal van de in het openbaar gehouden zittingen van de meervoudige kamer voor strafzaken op 29 september 2025 en 5 januari 2026.

2.Het onderzoek ter terechtzitting

De behandeling van de zaak heeft op 29 september 2025, 5 januari 2026 en 12 februari 2026 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
  • de officieren van justitie, mr. E. Wiersma en mr. A.L. Rinsma;
  • de betrokkene, bijgestaan door zijn advocaten mr. C.N.G.M. Starmans en
mr. E.G.S. Rozestraten, advocaten te Utrecht;
  • de advocaat van betrokkene in het kader van de ook aanhangige zorgmachtiging mr. M. van Harskamp;
  • de aan de reclassering verbonden deskundige [B] , reclasseringswerker.

3.Het standpunt van de reclassering

Het standpunt van de reclassering blijkt uit het onder 1 genoemde verlengingsadvies, dat door de aan de reclassering verbonden deskundige op zitting nader toegelicht is.
Het standpunt luidt - zakelijk weergegeven - de tbs van betrokkene niet te verlengen. Betrokkene kan bij [organisatie 3] (begeleid wonen) blijven wonen, nu de gemeente een WMO-indicatie heeft afgegeven en na onderzoek is gebleken dat de noodzaak voor verplichte zorg ontbreekt. Betrokkene is meewerkend en hij accepteert vrijwillig depotmedicatie.

4.Het standpunt van de niet aan de reclassering verbonden deskundige

De deskundige heeft geen standpunt ingenomen, omdat betrokkene niet heeft meegewerkt aan het Pro Justitia-onderzoek.

5.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat de schriftelijke vordering moet worden afgewezen, zodat de maatregel van tbs wordt beëindigd.

6.Het standpunt van de verdediging

De verdediging kan zich vinden in de vordering van de officier van justitie.

7.Het oordeel van de rechtbank

Stoornis en recidivegevaar
De rechtbank stelt op basis van het verlengingsadvies vast dat bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis, te weten:
  • zwakbegaafdheid;
  • een autismespectrumstoornis;
  • een andere gespecificeerde schizofreniespectrum of andere psychotische stoornis.
Uit het verlengingsadvies blijkt dat het recidivegevaar bij beëindiging van de maatregel als laag wordt ingeschat. Het risico op recidive zal stijgen wanneer betrokkene stopt met zijn medicatie, wat kan leiden tot psychotische destabilisatie. Dit kan uiteindelijk de sociale dynamiek verstoren en resulteren in grensoverschrijdend gedrag.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies te twijfelen en neemt deze over.
Afwijzing vordering en beëindiging van rechtswege
Betrokkene dient zich op grond van de aan hem opgelegde tbs-maatregel aan voorwaarden te houden om te voorkomen dat hij opnieuw strafbare feiten pleegt. Betrokkene is, onder andere, verplicht om de hem voorgeschreven medicatie te nemen en hij dient begeleid te wonen. Uit het verlengingsadvies blijkt dat, zolang betrokkene zijn medicatie neemt en er zicht blijft op het aangaan van sociaal contact, de kans op recidive ingeschat wordt op laag.
Betrokkene werkt vrijwillig mee aan toediening van de aan hem voorgeschreven medicatie. Betrokkene accepteert depotmedicatie en hij is meewerkend. De verwachting van de reclassering is dat hij hiermee door zal gaan wanneer de tbs-maatregel eindigt. Op zitting heeft betrokkene bevestigd zijn medicatie vrijwillig te blijven nemen, omdat hij zich ervan bewust is dat hij zijn medicatie nodig heeft. Een eerder advies om een zorgmachtiging af te geven voor betrokkene is, gelet hierop, komen te vervallen.
Daarnaast woont betrokkene sinds januari 2023 (begeleid) op een 24-uurs woonlocatie van [organisatie 3] in [wijk] voor volwassenen met een licht verstandelijke beperking en bijkomende problematiek. In het kader daarvan ontvangt hij twee keer per week begeleiding. Deze zorgaanbieder heeft laten weten dat betrokkene, bij een einde van zijn tbs-maatregel, daar kan blijven wonen op basis van een WMO-indicatie. Op zitting is duidelijk geworden dat de gemeente een WMO-indicatie heeft afgegeven.
Hoewel nog sprake is van een stoornis bij de betrokkene is de rechtbank, gelet op het voorgaande, gebleken dat het recidiverisico laag is. Voortzetting van de tbs-maatregel is niet langer meer noodzakelijk om het recidiverisico laag te houden, nu dit op andere wijze kan en wordt ondervangen. De betrokkene blijft zijn medicatie innemen en kan blijven wonen bij [organisatie 3] . Dat maakt dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid niet langer de verlenging van de tbs-maatregel van betrokkene eist. De rechtbank zal daarom de tbs met voorwaarden van betrokkene niet verlengen.

8.De beslissing

De rechtbank:
wijst afde vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling van [betrokkene] .
Deze beslissing is genomen door mr. L.M.M. Heppe, voorzitter, mr. L.C. Michon en mr. J.I.M. Kuin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Troostheide als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026.
Mrs. Heppe, Michon en de griffier zijn niet in staat
de beslissing mede te ondertekenen