ECLI:NL:RBMNE:2026:684
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen SVB-besluit
Verzoekster heeft haar beroep tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) ingetrokken nadat de SVB de vordering van €724,29 had kwijtgescholden. Zij verzocht vervolgens om veroordeling van de SVB in de proceskosten. De rechtbank heeft de SVB in de gelegenheid gesteld te reageren en ontving het standpunt dat verzoekster geen recht heeft op proceskostenvergoeding omdat het beroep niet door een derde met beroepsmatige rechtsbijstand is ingediend.
De rechtbank overweegt dat hoewel de SVB tegemoet is gekomen door de vordering kwijt te schelden, dit niet automatisch leidt tot een proceskostenveroordeling. De wettelijke regeling vereist dat het beroep is ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent om in aanmerking te komen voor proceskostenvergoeding. Dit is in deze zaak niet het geval.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding daarom af als kennelijk ongegrond. Wel wijst zij erop dat de SVB verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van €51,- te vergoeden. Verzoekster wordt geadviseerd zich hiervoor rechtstreeks tot de SVB te wenden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar op 25 februari 2026.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroep niet door een derde met beroepsmatige rechtsbijstand is ingediend.