ECLI:NL:RBMNE:2026:682
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Op 8 januari 2026 diende verzoeker een verzoek om voorlopige voorziening in bij de Rechtbank Midden-Nederland. De voorzieningenrechter besloot partijen niet uit te nodigen voor een zitting omdat het verzoekschrift niet voldeed aan de wettelijke eisen, waardoor de zaak niet inhoudelijk kon worden behandeld.
Volgens artikel 8:82 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet bij een verzoek om voorlopige voorziening griffierecht worden betaald. In deze zaak was onduidelijk waar het verzoek betrekking op had, waardoor het griffierecht op het laagste bedrag van €54 werd vastgesteld. De griffier stuurde op 1 februari 2026 een aangetekende brief aan verzoeker om het griffierecht binnen twee weken te betalen.
De brief werd op 4 februari 2026 ontvangen, maar het griffierecht is niet betaald en verzoeker gaf geen reden voor dit verzuim. Er waren ook geen omstandigheden die een verontschuldiging konden rechtvaardigen. Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk en beoordeelde het verzoek niet inhoudelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.