ECLI:NL:RBMNE:2026:672

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
16.020527.24
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplegen van verduistering in dienstbetrekking bij meubelbedrijf

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 26 februari 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die wordt beschuldigd van medeplegen van verduistering in dienstbetrekking bij [benadeelde] B.V. in Amersfoort. De feiten betreffen het verduisteren van banken en stoelen in de periode van 19 oktober 2021 tot en met 2 juni 2023. De verdachte bekent grotendeels, maar betwist de volledige duur van de pleegperiode.

De rechtbank baseert het bewezenverklaren op diverse bewijsmiddelen, waaronder chatgesprekken op twee telefoons van verdachte, verklaringen van medeverdachten en medewerkers van [benadeelde], en proces-verbalen van bevindingen. Uit de chats blijkt dat verdachte een leidende rol had in de verduistering en verkoop van de goederen, waarbij hij afspraken maakte over prijzen en winstverdeling. De rechtbank verwerpt het verweer dat de verduistering niet gedurende de gehele periode heeft plaatsgevonden.

De straf bestaat uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden met een proeftijd van drie jaar, bijzondere voorwaarden waaronder meldplicht en inzage in financiën, en een taakstraf van 240 uur, vervangbaar door 120 dagen hechtenis. De rechtbank houdt rekening met de ernst van het feit, de duur, de rol van verdachte, zijn strafblad en persoonlijke omstandigheden. De schadevergoeding aan [benadeelde] wordt vastgesteld op €6.000, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 2 juni 2023, en de rest van de vordering wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot tien maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 240 uur taakstraf voor medeplegen van verduistering in dienstbetrekking.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.020527.24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 26 februari 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] (Somalië),
wonende op het adres [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 12 februari 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. N. Schapendonk;
  • de advocaat van de verdachte: mr. C.H. Pentinga (hierna: de advocaat);
  • M. Zijffers, reclasseringswerker.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
in de periode van 19 oktober 2021 tot en met 2 juni 2023 in Amersfoort, samen met anderen, banken en stoelen van [benadeelde] B.V. heeft verduisterd in dienstbetrekking.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage II bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte gedeeltelijk vrij te spreken van de ten laste gelegde periode. Zij vindt dat alleen bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking in de periode van 7 oktober 2022 (of iets daarvoor) tot en met 30 april 2023.
De verweren van de advocaat zullen in paragraaf 3.3. verder worden besproken.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen
De rechtbank oordeelt dat het feit is bewezen en dat dus ook de pleegperiode geldt die in de tenlastelegging staat. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonniszijn opgenomen.
3.3.2.
Bewijsoverwegingen
Het toe-eigenen van banken en stoelen van [benadeelde]
Uit de bewijsmiddelen blijkt onder andere dat de verdachte zich samen met anderen banken en stoelen van de [benadeelde] heeft toegeëigend. Verdachte was hier sinds 19 oktober 2021 in dienst en werkte in het magazijn als hoofd logistiek. In 2023 heeft een medewerker van [benadeelde] ontdekt dat banken die afkomstig waren van [benadeelde] op [internetsite] werden verkocht. Deze banken waren nieuw en werden aangeboden voor de helft van de prijs. De medewerker heeft via [internetsite] een koopafspraak gemaakt met de verkoper. Het afgesproken ophaaladres was [adres 2] . Dat was toen het woonadres van verdachte. Op dat adres werden banken aangetroffen die door de medewerker werden geïdentificeerd als afkomstig van [benadeelde] . In ieder geval één van de banken was in folie gewikkeld en bleek te staan ingeboekt in het magazijn van [benadeelde] . De rechtbank overweegt daarbij dat zich in de twee telefoons van de verdachte veel door en met hem gevoerde chatgesprekken staan die gaan over de handel in (achterover gedrukte) banken en stoelen van [benadeelde] . Daarbij is het duidelijk de bedoeling van verdachte dat [benadeelde] dit niet te weten komt en niet deelt in de opbrengst. Er worden namen van typen banken gedeeld, gesproken over bepaalde kleuren en er worden veel foto’s van banken van [benadeelde] gedeeld. Er wordt aangegeven dat kopers in de verschillende showrooms van [benadeelde] of op de webshop van [benadeelde] moeten kijken om te zien welke bankstellen ze willen hebben en dat ze verdachte foto’s van deze banken moeten sturen. Vervolgens wordt er onderhandeld over de prijs en worden afspraken gemaakt over de betaling en het leveren of ophalen van de bankstellen. Ook blijkt uit de chats tussen de verdachte en de medeverdachten dat de verkopen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Zo wordt in de gesprekken informatie uitgewisseld over de verkopen die zijn gerealiseerd en over de bedragen die hiermee zijn verdiend. Ook wordt er gesproken over het delen van de winst.
Dat uit het dossier niet volgt hoeveel stoelen en banken er in totaal zijn toegeëigend, heeft geen gevolg voor de bewezenverklaring. Uit de bewijsmiddelen blijkt immers genoegzaam dat het om meerdere banken en stoelen ging.
Medeplegen en de rol van de verdachte
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte de feiten samen met anderen, waarvan het merendeel eveneens werkzaam was bij [benadeelde] , heeft gepleegd. Hoewel de verdachte de feiten grotendeels bekent, meent de rechtbank dat hij zijn rol in het geheel bagatelliseert; zo zou de verdachte er in totaal hooguit € 6.000,00 à € 7.000,00 aan hebben verdiend en ging alles in samenspraak en overleg met de medeverdachten.
De rechtbank oordeelt op basis van de inhoud van de chatgesprekken en overige bewijsmiddelen echter dat de verdachte gedurende een lange tijd een leidende rol heeft gehad ten opzichte van zijn medeverdachten. Vanuit zijn functie als hoofd logistiek had hij als het ware vrij spel en kon hij veel stoelen en banken achterover drukken. Uit de chatgesprekken op 5 oktober 2022, maar ook overige chatgesprekken, valt af te leiden dat hij deze leidende rol al enige tijd vervulde. Uit de gesprekken blijkt voorts dat de verdachte diegene was die veelal bepaalde wat er moest gebeuren, opdrachten uitzette en bepaalde wat de prijs was en hoe de opbrengsten verdeeld moesten worden. Hij was ook actief opzoek naar nieuwe klanten, waarbij hij vroeg om in ruil voor korting te zorgen voor nieuwe kopers.
De pleegperiode
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte zich gedurende de gehele ten laste gelegde periode schuldig heeft gemaakt aan de verduistering van stoelen en banken. De chatgesprekken die in de telefoons van de verdachte zijn aangetroffen beginnen op 5 oktober 2022. Op dat moment was de verdachte ongeveer een jaar in dienst bij [benadeelde] en had hij de functie hoofd logistiek. Vanuit die functie heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de feiten door stoelen en banken die geleverd werden niet in te scannen, maar door te verkopen. De raadsvrouw stelt zich op het standpunt niet kan worden bewezen dat de verdachte zich voor die tijd al schuldig maakte aan de feiten. Ook kan volgens de raadsvrouw niet worden bewezen dat de verdachte zich na 30 april 2023 nog schuldig heeft gemaakt aan de feiten, omdat hij op 1 mei 2023 is opgepakt voor een ander strafbaar feit en hij vanaf dat moment vastzat. De medeverdachten zijn daarna wel doorgegaan met het verduisteren van stoelen en banken, maar daar was de verdachte niet langer bij betrokken.
De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw en overweegt als volgt.
De rechtbank interpreteert de chatgesprekken die in de telefoons van de verdachte zijn aangetroffen van 5 oktober 2022 zo dat de verdachte op dat moment al een jaar bezig moet zijn geweest met het verduisteren van stoelen en banken in dienstbetrekking. Zo heeft de verdachte het er op 5 oktober 2022 tegen een medeverdachte over dat hij hier al sinds vorig jaar aan verdient. Hij zou er op dat moment al € 6.000,00 aan hebben verdiend en thuis ook een bank hebben staan ter waarde van € 12.000,00. De blote stelling van de verdachte dat het hier om grootspraak zou gaan, vindt de rechtbank niet overtuigend en legt zij naast zich neer. De verklaring van verdachte op zitting dat hij pas na een jaar door collega’s zou zijn ingewijd in een staande praktijk van verduisteringen is evenmin overtuigend. Verdachte kon op vragen van de rechtbank niet concreet maken hoe dat dan gegaan was, het vindt geen enkele steun in bewijsmiddelen en het past ook niet bij zijn leidende rol.
Ook acht de rechtbank – gelet op de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] – bewezen dat de verdachte op 2 juni 2023 nog betrokken was bij de verduistering van banken. Voor zover de verdediging heeft willen betogen dat geen sprake is van een verduistering in dienstbetrekking omdat de verdachte op dat moment niet meer werkzaam was bij aangever, geldt dat daarvan niet is gebleken en dat evenmin is gebleken dat geen van de medeverdachten daar niet (langer) werkzaam waren op dat moment.
De rechtbank is daarom van oordeel dat de verdachte zich, samen met anderen, in de periode van 19 oktober 2021 tot en met 2 juni 2023 schuldig heeft gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking van banken en stoelen die toebehoorden aan [benadeelde] . De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals hieronder is weergegeven in de bewezenverklaring.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
in de periode van 19 oktober 2021 tot en met 2 juni 2023 te Amersfoort,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
meermalen,
opzettelijk banken en stoelen, die toebehoorden aan [benadeelde] B.V en welk goed verdachte en zijn mededaders uit hoofde van hun persoonlijke dienstbetrekking, te weten hoofd magazijn en magazijnmedewerker en verkoper en bezorger onder zich hadden, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
medeplegen van verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd.
4.2.
Strafbaarheid feit en verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
- een gevangenisstraf van tien maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, met als bijzondere voorwaarden kort gezegd: een meldplicht, opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en inzage in de financiële situatie van verdachte.
- een taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat kan zich vinden in de eis van de officier van justitie, maar verzoekt om de gevorderde taakstraf te matigen omdat de verdachte moet kunnen werken om een eventueel op te leggen schadevergoeding te kunnen betalen.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden op met een proeftijd van drie jaren en de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht en inzage in zijn financiële situatie. De rechtbank legt daarnaast een taakstraf van 240 uren op, te vervangen door 120 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet goed of niet uitvoert.
Bij het bepalen van deze straf heeft de rechtbank rekening gehouden met ernst en de duur van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook heeft de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden meegewogen.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim anderhalf jaar schuldig gemaakt aan het medeplegen van verduistering in dienstbetrekking. Uit het dossier maakt de rechtbank op dat de verdachte een leidende rol had. Verdachte en zijn medeverdachten wierven klanten waar verdachte onderhandse deals mee sloot. Daarbij werden banken en stoelen die afkomstig waren van zijn werkgever [benadeelde] door de verdachte en de medeverdachten, buiten het bedrijf om, verkocht. De verdachte was bij het bedrijf werkzaam als hoofd magazijn en hield banken en stoelen (die hij – in strijd met de werkinstructie - niet inscande) apart voor de onderhandse verkoop. Hij heeft het in hem gestelde vertrouwen stelselmatig misbruikt. Hij noemt dit zelf ‘dom’, maar die omschrijving dekt niet de lading. De verdachte heeft op geraffineerde wijze gedurende voormelde periode samen met anderen voor eigen financieel gewin zijn werkgever benadeeld. Door zo te handelen heeft de verdachte financiële schade berokkend aan zijn werkgever en ook diens vertrouwen geschaad. Hoeveel schade dit precies is geweest heeft [benadeelde] niet kunnen vaststellen. Hoewel de exacte omvang van de schade hierdoor onduidelijk is gebleven, maakt de rechtbank uit het dossier op dat het gaat om de verduistering van een groot aantal dure bankstellen over een lange periode. Ook volgt uit het dossier dat de verdachte hier veel geld aan heeft verdiend.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte van 12 januari 2026. Dit betreft een lijvig document van 17 pagina’s. Uit het strafblad blijkt dat de verdachte zich eerder schuldig heeft gemaakt aan vermogensfeiten; zo is hij op 22 juli 2024 veroordeeld voor een overval op een woning, in vereniging gepleegd. Aan de verdachte is toen een gevangenisstraf van drie jaren opgelegd. Ook is de verdachte op 17 oktober 2018 veroordeeld voor verduistering in dienstbetrekking tot een voorwaardelijke taakstraf van 30 uren. De rechtbank houdt daarom bij het bepalen van de straf rekening met recidive.
De overige veroordelingen op het strafblad van de verdachte dateren van langer geleden.
Verder heeft de rechtbank gekeken naar het voortgangsverslag voorwaardelijke invrijheidstelling van Reclassering Nederland van 10 september 2025. Op 25 juli 2025 is de voorwaardelijke invrijheidsstelling van verdachte van start gegaan met een proeftijd van een jaar. De verdachte is gaan wonen bij [zorginstelling 1] is Hilversum en krijgt vanuit hen ondersteuning en begeleiding. Uit het voortgangsverslag blijkt dat de verdachte zich gedurende zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling heeft gehouden aan de bijzondere voorwaarden. De reclassering stelt dat sinds de verdachte is vrijgekomen er weer beschermende structuren zijn opgebouwd, maar merkt op dat deze in het verleden recidive niet hebben kunnen voorkomen. De reclassering ziet het sociale netwerk van de verdachte als mogelijke risicofactor waar zij onvoldoende zicht op heeft. Per 1 september 2025 is de verdachte gestart in een functie als fulltime heftruckchauffeur/productiemedewerker. De verdachte is tijdens zijn eerdere detentie vader geworden van een dochter en heeft nog steeds een relatie met haar moeder. De verdachte heeft geen schulden en bespreekt zijn financiën met de reclassering.
De toezichthouder, M. Zijffers, heeft ter terechtzitting voorts verklaart dat de verdachte momenteel bij zijn ouders woont en dat dit in overeenstemming is gegaan met de reclassering.
Over de financiën van de verdachte merkt zij op dat hij structureel een deel van zijn geld cash opneemt en dat zij geen zicht heeft op wat er met dat geld gebeurt. Er staat vaak maar een paar euro op de rekening van de verdachte, maar de vaste lasten worden wel betaald.
Het gaat goed op het werk en de verdachte en zijn vriendin hebben nog een kinderwens. De ouders van de verdachte hebben hem nog één kans gegeven en spreken duidelijke taal tegen hem. Verder heeft de verdachte een goed contact met zijn broers en zussen. De toezichthouder merkt verder op dat het goed gaat met de verdachte en dat hij in gesprek met haar oprecht berouw toont al lukt het hem niet dat op zitting goed te laten zien. Dit alles ziet de reclassering als beschermende factoren.
De toezichthouder adviseert om de bijzondere schorsingsvoorwaarden te laten doorlopen en geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, omdat de beschermende factoren dan grotendeels zouden wegvallen.
Strafkader
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van het feit, het opleggen van een gevangenisstraf is gerechtvaardigd. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet de rechtbank reden om de gevangenisstraf echter geheel voorwaardelijk op te leggen. Ook vindt de rechtbank het opleggen van een deels voorwaardelijke straf van belang om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan (soortgelijke) strafbare feiten schuldig te maken. Omdat het opleggen van alleen een voorwaardelijke straf geen recht zou doen aan de ernst van het feit, zal de rechtbank daarnaast de maximale taakstraf opleggen.
Alles afwegende legt de rechtbank aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden op met een proeftijd van drie jaren en de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht en verdachte dient inzage te geven in zijn financiële situatie. Ten overvloede wordt vermeld dat bij het geven van inzage in de financiële situatie ook hoort: verantwoording afleggen over contante geldopnames en betalingen op een manier die de reclassering toereikend vindt. De rechtbank legt daarnaast een taakstraf van 240 uren op, te vervangen door 120 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet goed of niet uitvoert.

6.Vordering benadeelde partij

6.1.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
B.V. heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en heeft een schadevergoeding gevorderd van € 150.000,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij vordert ook de veroordeling van de verdachte in de proceskosten van de benadeelde partij die zijn begroot op € 5.000,00.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich, gelet op de deels bekennende verklaring van de verdachte, op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen tot een bedrag van
€ 7.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.3.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering omdat de vordering niet is onderbouwd. Subsidiair kan zij zich vinden in de vordering van de officier van justitie.
6.4.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk voor vergoeding in aanmerking komt.
Gelet op de verklaring van de verdachte dat hij zelf zo’n € 6.000,00 à € 7.000,00 euro heeft verdiend aan de onderhandse verkoop van de banken, zal de rechtbank de vordering tot een bedrag van € 6.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2023, toewijzen.
[benadeelde] heeft verzocht bij een veroordeling tot vergoeding van haar schade de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De rechtbank doet dit niet. De ratio van de schadevergoedingsmaatregel is om natuurlijke personen te ontlasten bij het innen van schadevergoeding. Van (grotere) rechtspersonen zoals [benadeelde] mag worden verwacht dat zij zelf goed in staat zijn om de toegewezen vordering te (laten) incasseren.
Omdat de vordering voor het overige niet is onderbouwd en namens de verdachte is betwist, zal de rechtbank de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding deels wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt.
De rechtbank begroot de kosten van de benadeelde partij op dit moment op nihil.

7.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen: 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 63, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

8.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4. is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1. is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van tien (10) maanden;
- bepaalt dat de gevangenisstraf
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij
een proeftijd van drie (3) jarenvast;
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:
* zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd zal melden bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2 te Utrecht. De verdachte blijft zich melden bij de reclassering, zolang en zo vaak als de reclassering dat nodig vindt;
* inzage zal geven in zijn financiën;
- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- veroordeelt verdachte tot
een taakstraf van 240 uren;
- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde] B.V.
- wijst de vordering van [benadeelde] B.V. gedeeltelijk toe tot een bedrag van
€ 6000,00;
  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan [benadeelde] B.V. van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2023 tot de dag van volledige betaling;
  • verklaart [benadeelde] B.V. voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
  • veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.L. Veendrick, voorzitter, mr. J. Edgar en mr. S.E. Garvelink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Opsteyn als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 19 oktober 2021 tot en met 2 juni 2023 te Amersfoort, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
opzettelijk
een of meer banken en/of stoelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,
en welk goed verdachte en/of zijn mededaders uit hoofde van zijn/hun persoonlijke dienstbetrekking, te weten hoofd magazijn en/of magazijnmedewerker en/of verkoper en/of bezorger, in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich hadden, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
( art 321 Wetboek Pro van Strafrecht, art 322 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
Bijlage II: Bewijsmiddelen [1]
De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 12 februari 2026, voor zover, zakelijk weergegeven, inhoudende:
Het klopt dat ik samen met anderen banken heb verduisterd van [benadeelde] terwijl ik daar werkzaam was als hoofd magazijn. Het is begonnen toen ik daar een jaar werkzaam was en het is gestopt toen ik op 1 mei 2023 werd opgepakt voor een ander strafbaar feit. Ik heb daar ongeveer € 6.000,00 à € 7.000,00 euro aan verdiend.
Ik woonde destijds op het adres [adres 2] in [plaats] .
De in beslag genomen iPhone 13 en Oppo Reno zijn van mij.
Een proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens [benadeelde] B.V.,
opgemaakt op 27 juni 2023, voor zover, zakelijk weergegeven, inhoudende:
Ik doe aangifte van diefstal van banken. Deze banken zijn eigendom van [benadeelde] B.V.
Niemand had het recht en de toestemming deze banken weg te nemen noch zich deze toe te
eigenen.
Omstreeks 1 mei 2023 ontdekte een collega van mij advertenties op [internetsite] waarin
banken werden aangeboden met 50% korting. Deze banken waren ook op aanvraag te koop.
Mijn collega was nieuwsgierig en heeft het bij de advertentie vermelde telefoonnummer
gebruikt om te appen met de verkoper. De verkoper liet weten dat hij kon aangeven welke
bank hij mooi vond in de winkel; hij moest maar in een vestiging van [benadeelde] gaan
kijken, dan zijn bestelling opgeven en deze dan af komen halen in Amersfoort. Er worden
afspraken gemaakt en als afhaaladres wordt gebruikt, niet het adres van de winkel van [benadeelde]
in Amersfoort, maar [adres 2] in [plaats] .
Onze medewerker heeft uiteindelijk een afspraak gemaakt om de banken te komen ophalen
op 2 juni 2023, voor een prijs van € 1.400,00 per bank. Het opgegeven adres [adres 2]
in [plaats] bleek het woonadres te zijn van een van onze medewerkers uit het filiaal in
Amersfoort, te weten [verdachte] . [2]
Op 2 juni 2023, is mijn collega met een andere collega, met een busje naar de [adres 3]
in [plaats] gereden. Daar werden zij ontvangen door een man die hen de banken
toonde die voor zijn woning onder een zeil stonden. Deze collega’s hadden de banken
geïdentificeerd als afkomstig van [benadeelde] . [3]
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 13 december 2023, voor zover, zakelijk weergegeven, inhoudende:
Op vrijdag 2 juni 2023 kregen wij de opdracht om naar de [adres 2] te [plaats] te
gaan. Hier zouden twee personeelsleden van de [benadeelde] in Amersfoort, staan. Wij
begrepen dat hier via [internetsite] een bankstel van de [benadeelde] te koop aan werd
geboden.
Wij zagen dat er aan de rechterzijde een bank stond, welke in folie gewikkeld was. Na
controle bleek deze bank van [benadeelde] te zijn, welke stond ingeboekt in het magazijn. [4]
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 12 december 2023, voor zover, zakelijk weergegeven, inhoudende:
Tijdens de aanhouding van verdachte [verdachte] zijn er onder hem een tweetal
mobiele telefoons in beslag genomen. Eén van deze mobiele telefoons betreft een Apple
iPhone 13 Pro. [5]
Tijdens het onderzoek naar de handel in gestolen-verduisterde bankstellen heb ik 15
WhatsApp gesprekken gevonden.
Ik zag dat het 13 gesprekken betroffen tussen aan de ene
kant verdachte [verdachte] en aan de andere kant afnemers van bankstellen.
Ik zag dat het 2 gesprekken betroffen tussen aan de ene kant verdachte [verdachte] en aan de andere kant medeverdachten. [6]
Chatgesprek medeverdachte [medeverdachte 3] - Apple Iphone 13 Pro - Report 11.
Op 10 februari 2023 start er een WhatsApp-gesprek tussen:
  • de eigenaar ( [naam 1] ) van de telefoon onder de naam [naam 1] en
  • een persoon die in de telefoon van verdachte bekend is onder de naam [naam 2] .
Dit WhatsApp-gesprek eindigt op 30 april 2023. [7]
Tijdens het onderzoek naar de inhoud van deze chat en de persoon onder naam [naam 2] ,
heb ik de volgende bevindingen waargenomen.
Een geschrift, te weten het extractierapport nummer 11 van een chatgesprek van de
Apple Iphone 13 Pro, voor zover inhoudende:
[account 1] [naam 1] ( [naam 1] )
[account 2] [naam 2]
[naam 1] 10-2-2023 13:33:18 - Kijk bro
[naam 1] 10-2-2023 13:34:35 - Ik ga je uitleggen verkoop banken van vooraad verkoop
voor beste prijs zo veel mogelijk dan je geeft het door aan mij pas bij het ophalen betaald die
gene snapje dat regel ik wel
[naam 2] 10-2-2023 13:3 6:45 - Komt goed bro we gaan praten zo face to face beter
[naam 1] 10-2-2023 13:37:12 - [A] kom naar boven magazijn
[naam 2] 10-2-2023 13:37:13 - Ook na werk gaan we ffgoed praten
[naam 1] 10-2-2023 14:24:54 - [verdachte] bespreek dit met niemand is tussen jou en mij alleen
ook all test iemand jou ofvraagt jou iets zegje geen idee he ik vertrouw jou [bijnaam 1]
[naam 1] 10-2-2023 14:25:01 - We gaan goed eten gloof mij
[naam 2] 10-2-2023 14:38:36 - Geen stress niffo we zijn hier om brood te verdienen
[naam 2] 10-2-2023 14:38:40 - Moeten elkaar gunnen [8]
[naam 1] 21-2-2023 09:43:56 - Paar stoellen eruit stoten
[naam 2] 21-2-2023 09:44:03 - Hij wilt er 250 voor geven
[naam 1] 21-2-2023 09:44:11 - Voor hvl stoell [9]
[naam 1] 23-2-2023 08:00:44 - Heb stoell voor 320 verkocht
[naam 1] 23-2-2023 08:01:08 - [B] heeft niks er over gezegd toch die zwarte antraciet met zachte stoff ik ga hem pakken
[naam 1] 23-2-2023 08:01:23 - Stuur tikki voor de moeite [verdachte] krijg je van mij 50
[naam 1] 23-2-2023 08:01:48 - Bezorg me klanten [bijnaam 1] whollha we gaan goed eten dan valt er ook veel meer te verdelen [10]
[naam 1] 23-2-2023 10:04:19 - Je moett mensen voor me fixen [bijnaam 1]
[naam 2] 23-2-2023 10:10:22 - Komt goed bro [11]
[naam 1] 6-3-2023 12:36:08 - Bro stuur tiki
[naam 1] 6-3-2023 12:36:11 - 100
[naam 1] 6-3-2023 12:36:23 - De rest krijg je lttr cash van mij
[naam 1] 6-3-2023 12:36:43 - Die man van jou ik heb gescott zij hem ga maar naar belgie
[naam 1] 6-3-2023 12:37:02 - Grappenmaker b met zijn 8bar
[naam 1] 6-3-2023 12:37:09 - [C] is [C]
[naam 2] 6-3-2023 12:43:39 - Tijdverspillertje joh zulke mensen gelijk scotten
[naam 2] 6-3-2023 12:43:53 - Ik heb die tikie app niet bro hoe moet ik dat doen
[naam 1] 6-3-2023 12:44:03 - Geef me je rec
[naam 1] 6-3-2023 12:44:07 - Ga overmaken
[naam 1] 6-3-2023 12:44:19 - Bro regel die app whollha
[naam 2] 6-3-2023 12:46:40 - Soldaat
[naam 2] 6-3-2023 12:46:44 - [nummer]
[naam 2] 6-3-2023 12:46:48 - [medeverdachte 3] [12]
[naam 2] 6-3-2023 20:08:00 - Ik pak vanavond 250 aanbetaling van die meisje
[naam 2] 6-3-2023 20:08:08 - En dan betaald ze de rest morgen bij afhaal
[naam 1] 6-3-2023 20:08:18 - Pak helft
[naam 2] 6-3-2023 20:08:22 - Zodat we zekerheid hebbe pak ik aanbetaling
[naam 1] 6-3-2023 20:08:23 - Laat haar mij helft gevn
[naam 1] 6-3-2023 20:08:35 - 50/50
[naam 2] 6-3-2023 20:08:40 - Is goed ik haal haar wel over dat ze helfr geeft
[naam 1] 6-3-2023 20:08:47 - 800is die afspraak toch [13]
[naam 2] 6-3-2023 23:34:45 - Bro
[naam 2] 6-3-2023 23:34:54 - Welke adres moeten ze komen
[naam 2] 6-3-2023 23:35:03 - 10:00
[naam 1] 7-3-2023 07:53:24 - [adres 2]
Een geschrift, te weten het extractierapport nummer 5 van een chatgesprek van de
Apple Iphone 13 Pro, voor zover inhoudende:
[account 1] [naam 1] ( [naam 1] )
[account 3] ( [naam 3] )
[naam 1] 4-4-2023 13:28:14 - Ewa strijder
[naam 1] 4-4-2023 13:28:44 - Is tussen jou en mij zoek welke je maar wilt stuur me foto
en je kunt hem bij me ophalen [14]
[naam 1] 4-4-2023 13:29:02 - Als het in de winkel 2k kost maak ik cm goeie prijs voor je
[naam 3] 4-4-2023 14:21:20 - Bro is 1k voor die bank een optie? [15]
[naam 1] 4-4-2023 14:23:00 - Welke bank bro
[naam 1] 4-4-2023 14:23:04 - Die boston? [16]
[naam 1] 4-4-2023 14:23:55 - Bro die kost in de winkel rond 2200
[naam 3] 4-4-2023 14:24:01 - Heb jou collega laten zien. [17]
[naam 1] 4-4-2023 14:24:01 - Is gloednieuwe
[naam 1] 4-4-2023 14:24:45 - 1k is te weinig bro ik kan er 1300 van
[naam 1] 4-4-2023 14:24:54 - Van maken voor je [18]
[naam 1] 4-4-2023 14:25:08 - Whollha ik gun jou nog nergens ga je voor die prijs vinden
[naam 1] 4-4-2023 14:25:15 - En je kan hem bij mij thuis ophalen
[naam 3] 4-4-2023 14:26:41 - Bro mijn budget is 1 k man [19]
[naam 3] 4-4-2023 14:26:44 - Helaas
[naam 1] 4-4-2023 14:29:16 - Als je mij belloofd datje klanten voor mij fux ik geef je voor die prijs [20]
[naam 3] 5-4-2023 15:31:40 - stuur adres kom ik met 2 caddys
[naam 1] 5-4-2023 15:31:46 - [adres 2] [21]
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 12 maart 2024, voor zover inhoudende:
Tijdens de aanhouding van verdachte [verdachte] zijn er onder hem een tweetal mobiele telefoons in beslag genomen. Eén van deze mobiele telefoons betreft een Oppo Reno. [22]
Tijdens het onderzoek naar de handel in verduisterde bankstellen heb ik negen WhatsApp-gesprekken gevonden. Ik zag dat het negen gesprekken betroffen tussen aan de ene kant verdachte [verdachte] en aan de andere kant afnemers en medeverdachten.
Chatgesprek met afnemer “ [naam 2] ” Oppo Reno – report 5.
Op 13 april 2023 start een WhatsApp-gesprek tussen de eigenaar van de telefoon onder de
naam [naam 4] met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en een persoon die in de
telefoon van de verdachte bekend is onder de naam [naam 2] met het telefoonnummer
[telefoonnummer 2] . [23]
20-2-2023 13:14:14 uur: afbeelding van een WhatsApp-gesprek.
20-2-2023 13:22:02 uur: Via waar ken je hem
20-2-2023 13:22:08 uur: Is die te vertrouwen
20-2-2023 13:53:50 uur: Via mattie van me bro
20-2-2023 13:53:56 uur: Is te vertrouwen
20-2-2023 13:53:56 uur: Miss klus die wel gaat lukken
28-2-2023 23:36:49 uur: Op jacht bro whollha herres moet verdienen bro
19-3-2023 21:18:31 uur: afbeelding WhatsApp gesprek
19-3-2023 21:18:36 uur: Nog een
19-3-2023 21:19:07 uur: Totaal nu deze 950
19-3-2023 21:19:27 uur: Die andere van die snap 12
19-3-2023 21:19:44 uur: En die pancho 1500
19-3-2023 21:21:04 uur: Rond 3700 komt deze maand eind van deze maand boven op me salaris van 2k [24]
Chatgesprek met afnemer “ [naam 5] ” Oppo Reno – report 10.
Op 5-10-2022 start een WhatsApp-gesprek tussen de eigenaar van de telefoon onder de naam [naam 4] met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en een persoon die in de telefoon van de verdachte bekend is onder de naam [naam 5] met het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . [25]
Een geschrift, te weten het extractierapport van een chatgesprek van de
Oppo Reno, voor zover inhoudende:
[account 4] [naam 4] ( [naam 1] )
[account 5] [naam 5] [26]
5-10-2022 19:11:59 uur [naam 4] : Luister dan bro ik vertrouw je he [bijnaam 2] we gaan goed kunen eten [27]
5-10-2022 19:13:02 uur [naam 5] : Bro geen stress g k doe dit all lang
5-10-2022 19:13:07 uur [naam 4] : Hoor deze modell elke bank vrd die binne komen ik moet ze scannen en binne melden als jij mij bestelling door geeft van welke bank je wilt nieuwe dan zorg ik er voor dat ie niet in het systeem komt [28]
5-10-2022 19:14:01 uur [naam 4] : Vnv ik laat je zien ik doe het ook allang all believe me
5-10-2022 19:14:12 uur [naam 4] : Ik zeg je bro heb er goed op gepakt
5-10-2022 19:14:17 uur [naam 5] : Hoeveel banken heb je gedaan denkje [29]
5-10-2022 19:14:42 uur [naam 4] : Ik heb er 6k op verdiend
5-10-2022 19:14:54 uur [naam 4] : En ik heb zelf een bank thuis staan van 12k [30]
5-10-2022 19:15:43 uur [naam 4] : Maar als jij mij door geeft van wil die en die ik geef jou grantie bro [31]
5-10-2022 19:16:17 uur [naam 5] : Ja wat is zeg maar beste voor jou en minst opvallend
5-10-2022 19:16:18 uur [naam 4] : Ik ga je straks laten zien bro
5-10-2022 19:16:32 uur [naam 4] : Bro zinds vorige jaar [32]
5-10-2022 19:16:40 uur [naam 4] : Eet ik hiero ik zeg jou
5-10-2022 19:16:54 uur [naam 4] : Nieuwe banken ik stoot ze zelf ook door [33]
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 12 maart 2024, voor zover inhoudende:
Tijdens de aanhouding van verdachte [verdachte] zijn er onder hem een tweetal mobiele telefoons in beslag genomen. Eén van deze mobiele telefoons betreft een Oppo Reno. [34]
Chatgesprekken die duiden op handel in verduisterde bankstellen:Tijdens het onderzoek naar de handel in verduisterde bankstellen heb ik negen WhatsApp-gesprekken gevonden, waaruit overduidelijk blijkt dat verdachte [verdachte] zich bezig houdt met de handel in bankstellen, welke door hem verduisterd zijn bij zijn werk, namelijk [benadeelde] Amersfoort. Ik zag dat het negen gesprekken betroffen tussen aan de ene kant verdachte [verdachte] en aan de andere kant afnemers en medeverdachten. [35]
Een geschrift, te weten het extractierapport nummer 10 van een chatgesprek van de Oppo Reno, voor zover inhoudende:
[account 4] [naam 4] ( [naam 1] )
[account 5] [naam 5]
[naam 4] 5-10-2022 19:50:59 – Ik ben hoodmagazijn bro
[naam 4] 5-10-2022 19:51:18 - Dat betekent dat ik veel dingen beheer ze vertrouwen mij
[naam 4] 5-10-2022 19:51:50 - Ik zette banken op afgeschaft container beschadigd nieuwe banken
[naam 4] 5-10-2022 19:52:05 - Niet scanen niet binne melden
[naam 4] 5-10-2022 19:52:12 - Dan je kan ze stoote
5-10-2022 19:55:51 - No spang bro
5-10-2022 19:55:58 - Kga lijst maken
[naam 4] 5-10-2022 20:05:46 - Orgii pa
[naam 4] 5-10-2022 20:05:58 - Alleen bro praat met niemand hier over whollha
[naam 4] 5-10-2022 20:06:05 - Alleen tussen ons houden [36]
Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] , opgemaakt op 22 januari
2024, voor zover, zakelijk weergegeven, inhoudende:
Ik ging met mijn collega naar [benadeelde] in Amersfoort. Ik zag daar een mooie bank
staan. Ik ging naar die jongen toe, in eerste instantie een Marokkaanse jongen. Ik vroeg of hij
die bank nog had en wat hij kostte. Want er stond geen prijskaartje bij. Die jongen zei eerst
een bedrag van rond de € 2000,00. Toen zei mijn collega, ik wil er ook zo’n ééntje, dus kan
je niet iets voor me doen. [37] Die Marokkaanse jongen zei: “Dan lopen we even naar mijn
leidinggevende.” Toen zei die leidinggevende “Ik kan wel wat voor je doen. We kunnen wel
iets voor je doen, omdat je twee banken afneemt.” Toen zei hij iets van € 1700,00 per
bankstel. Toen zijn we weggegaan met het telefoonnummer van één van deze twee jongens.
En toen hebben we appcontact gehad en toen zijn we uiteindelijk op € 1200,00 per bankstel
uitgekomen. Ik weet nog dat ik een vrachtwagen heb gehuurd. Daarmee ben ik die
bankstellen bij hem gaan halen. Dit was bij [benadeelde] .
Een paar weken later appte ik hem. Mijn vader had ook een bank nodig. Gewoon een klein
bankje. Hij zei tegen mij, dat hij nog een bankje bij hem thuis had staan. Toen wist ik
eigenlijk wel dat hij gestolen was. Die bank heb ik bij hem thuis opgehaald.
Die jongen reageerde niet. Toen heb ik die Marokkaanse jongen een berichtje gestuurd: “hey,
waar is ie”. En die Marokkaanse jongen zei toen dat hij opgepakt was en vast zat. [38]
V: Tussen welke personen ging dit WhatsApp gesprek?
A: Tussen mij en die getinte jongen, die leidinggevende bij [benadeelde] .
V: Wat is het telefoonnummer van deze getinte jongen, de leidinggevende?
A: [telefoonnummer 4] .
V: Hoe noemde deze jongen zichzelf?
A: [naam 1] .
V: Hoe zag deze [naam 1] er uit?
A: Getinte jongen, donker getint, zelfde lengte als ik, dun, lijkt op een Somaliër.
Hij had kort zwart haar. Licht baardje.
C: Verbalisant toont nu een foto van verdachte [verdachte] .
A: Ja dit is hem, ik herken hem direct.
A: Dit is de leidinggevende wat ik zei.
V: Hoe ziet deze Marokkaanse jongen er uit?
A: Iets langer dan [naam 1] , zwarte krullen. Krullen boven op zijn hoofd, niet naar achter
ofzo.
C: Verbalisant toont nu een foto van verdachte [medeverdachte 3] .
A: Ja dat is hem. Met hem had ik contact toen ik in de winkel kwam. Met hem heb ik ook via
de WhatsApp contact gehad. [39]
Een proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 5] , voor zover, zakelijk weergegeven, inhoudende:
O: Op vrijdag 2 juni 2023 omstreeks 13:00 uur is er politie bij jou aan de deur geweest op de [adres 2] in [plaats] . Op dat moment stonden er ook twee medewerkers van [benadeelde] ’s bij jou aan de deur.
V: Vertel eens, waarom stonden de politie en medewerkers van [benadeelde] ’s bij jou aan de deur?
A: Die kwamen die bank halen. [40]
V: Heb je enig idee waar dit over gaat?
A: Ja. Het gaat over die bank die ik wilde verkopen via [internetsite] . Het hele moraal van het verhaal is dat het voor die jongen is, die nu vast zit. Die jongen zit in Nieuwegein en wilde dat ik de bank voor hem zou verkopen. Hij werkte bij [benadeelde] ’s en vertelde mij dat hij die banken kon verkopen met korting. En ik moest dat voor hem regelen omdat hij zelf vast zat.
V: Hoe heet die jongen?
A: [verdachte] , ziin achternaam weet ik niet. Hij zit ook onder [zorginstelling 2] . Hij zit nu in Nieuwegein vast. [41]
V: Wie is [verdachte] ?
A: Ja, dat is zijn achternaam.
A: Via welke communicatiemiddelen communiceer jij met [verdachte] ?
A: Ja hij belt mij via de gevangenis. [42]
Een proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] , voor zover, zakelijk weergegeven, inhoudende:
C: Op vrijdag 2 juni 2023 omstreeks 13:00 uur heeft de politie een melding gekregen om naar de [adres 2] in [plaats] te gaan.
C: Voor de woning van [medeverdachte 5] stond een bankstel, ingepakt in folie. De medewerkers van [benadeelde] herkenden het bankstel als een bankstel die door [benadeelde] verkocht wordt. Na controle bleek dit bankstel ingeboekt te staan op de voorraad van het magazijn van [benadeelde] Amersfoort.
C. [medeverdachte 5] trachtte dit bankstel via [internetsite] te verkopen. De kopers waar hij mee communiceerde bleken twee werknemers van [benadeelde] te zijn.
V: Vertel hier eens wat over? Wat heb jij met deze handel te maken?
A: Nou, daar heb ik dus wel mee te maken. Ik wist dat niet. [verdachte] heeft mij gebeld vanuit de gevangenis en gezegd dat een vriend van hem een bank kwam ophalen. En [verdachte] heeft me nog vaker gebeld en gezegd dat ik die bank moest klaar zetten. En de bank was betaald zei [verdachte] .
A: Die jongen, die vriend, kwam bij [benadeelde] bij het magazijn en die heb ik die bank meegegeven. Hij kwam met een busje achter. [43]
V: Hoe wist je dat je aan die jongen die bank mee moest geven?
A: Heeft [verdachte] mij gezegd, die heeft mij gebeld. En toen heb ik het geverifieerd, ik heb hem gevraagd of hij voor [verdachte] die bank kwam halen en toen zei hij ja. [44]
Een geschrift, te weten een arbeidsovereenkomst tussen enerzijds [benadeelde] B.V.
en de heer [verdachte] van 19 oktober 2021, voor zover inhoudende:
Werknemer is sinds 19 oktober 2021 bij werkgever in dienst in de functie van
Warehouseman en eventuele verdere bijkomende werkzaamheden.
De standplaats van werknemer zal te Amersfoort zijn. [45]
Een geschrift, te weten een arbeidsovereenkomst tussen enerzijds [benadeelde] B.V.
en de heer [medeverdachte 3] van 3 februari 2023, voor zover inhoudende:
Werknemer treedt met ingang van 3 februari 2023 voor bepaalde tijd in dienst van de
werkgever en wel voor de duur van 7 maanden.
Werknemer treedt bij werkgever in dienst als Verkoper en zal als zodanig conform de
functieomschrijving alle voorkomende werkzaamheden verrichten. De standplaats waar deze
functie uitgeoefend wordt is Amersfoort. [46]

Voetnoten

2.Pagina 33 van het dossier.
3.Pagina 34 van het dossier.
4.Pagina 56 van het dossier.
5.Pagina 59 van het dossier.
6.Pagina 61 van het dossier.
7.Pagina 62 van het dossier.
8.Pagina 1477 tot en met 1480 van het dossier.
9.Pagina 1508 van het dossier.
10.Pagina 1511 tot en met 1512 van het dossier.
11.Pagina 1515 van het dossier.
12.Pagina 1560 tot en met 1565 van het dossier.
13.Pagina 1586 en 1587 van het dossier.
14.Pagina 1173 van het dossier.
15.Pagina 1174 van het dossier.
16.Pagina 1175 van het dossier.
17.Pagina 1176 van het dossier.
18.Pagina 1177 van het dossier.
19.Pagina 1178 van het dossier.
20.Pagina 1179 van het dossier.
21.Pagina 1207 van het dossier.
22.Pagina 66 van het dossier.
23.Pagina 68 van het dossier.
24.Pagina 69 van het dossier.
25.Pagina 71 van het dossier.
26.Pagina 604 van het dossier.
27.Pagina 605 van het dossier.
28.Pagina 606 van het dossier.
29.Pagina 607 van het dossier.
30.Pagina 608 van het dossier.
31.Pagina 609 van het dossier.
32.Pagina 610 van het dossier.
33.Pagina 611 van het dossier.
34.Pagina 66 van het dossier.
35.Pagina 67 van het dossier.
36.Pagina 629 t/m 631 van het dossier.
37.Pagina 302 van het dossier.
38.Pagina 303 van het dossier.
39.Pagina 307 van het dossier.
40.Pagina 214 van het dossier.
41.Pagina 213 van het dossier.
42.Pagina 216 van het dossier.
43.Pagina 235 van het dossier.
44.Pagina 236 van het dossier.
45.Pagina 3320 van het dossier.
46.Pagina 3329 van het dossier.