ECLI:NL:RBMNE:2026:664

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
UTR 24/8237
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening parkeerbelastingen Almere 2024
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep overmacht tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting Almere

Eiseres kreeg op 23 augustus 2024 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat haar auto op 12 augustus 2024 zonder betaalde parkeerbelasting was geparkeerd. Eiseres betaalde parkeerbelasting vanaf 15:13 uur, maar niet op het moment van het parkeren om 13:03 uur. Zij voerde overmacht aan vanwege een spoedgeval in haar functie als manager bij een narcose tandartsenpraktijk, waardoor zij vergat de parkeerapp aan te zetten.

De heffingsambtenaar betwistte het beroep op overmacht en stelde dat alleen bij een levensbedreigende noodsituatie sprake kan zijn van overmacht. Ook werd aangevoerd dat het logisch zou zijn geweest om ambulancehulp in te schakelen en dat het voertuig niet voor de ingang van de praktijk stond. De rechtbank oordeelde dat parkeerbelasting een objectieve belasting is en persoonlijke omstandigheden niet meewegen, tenzij sprake is van een feitelijke, fysieke verhindering.

De rechtbank concludeerde dat de omstandigheden van eiseres niet voldeden aan de criteria voor overmacht. Er was voldoende mogelijkheid om de parkeerapp te gebruiken en geen sprake van een spoedeisende situatie die het niet betalen rechtvaardigde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bleef gehandhaafd.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van overmacht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/8237

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

16 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: J. Pablo)
en

De heffingsambtenaar van de gemeente Almere, verweerder

(gemachtigde: A. Teunissen).

Procesverloop

1.1.
De heffingsambtenaar heeft op 23 augustus 2024 aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [nummer] . Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 28 november 2024 het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2026. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.
1.4.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan, waarbij is gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

De feiten
2. De naheffingsaanslag is aan eiseres opgelegd omdat haar auto met het kenteken [kenteken] op 12 augustus 2024 om 13:03 uur aan de Rentmeesterstraat in Almere stond geparkeerd zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was betaald. In de parkeerverordening is deze plaats aangewezen als een plaats waar alleen tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd. [1]
2.1
Eiseres heeft op 12 augustus 2024 wel parkeerbelasting betaald van 15:13 uur tot 20:41 uur. Tussen partijen is niet in geschil dat op het moment van het opleggen van de naheffingsaanslag geen parkeerbelasting was voldaan. Wel is in geschil of er sprake was van overmacht waardoor eiseres niet in redelijkheid kan worden verweten dat zij niet heeft betaald.
De gronden van beroep
3. Eiseres doet een beroep op overmacht. Eiseres is manager bij een narcose tandartsen praktijk en er was op 12 augustus 2024 een spoedgeval. Hierdoor is eiseres vergeten haar parkeerapp aan te zetten. Zij heeft, zodra de rust was wedergekeerd in de tandartsenpraktijk, haar parkeerapp wel aangezet. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij voldoende heeft aangetoond dat sprake is van een noodsituatie.
4. De heffingsambtenaar stelt dat het beroep op overmacht van eiser niet kan slagen, nu van overmacht enkel sprake is wanneer er een (levensbedreigende) noodsituatie of spoedeisende situatie zich voordoet waardoor iemand verhinderd of niet in staat was om bij aanvang van het parkeren de vereiste parkeerbelasting te betalen. Eiseres heeft volgens de heffingsambtenaar onvoldoende onderbouwd waarom de rol van eiseres als officemanager maakt dat zij bij deze medische noodsituatie aanwezig moest zijn. Daarnaast zou het logisch zijn om medische hulp van bijvoorbeeld een ambulance in te schakelen. Daarnaast zou bij een spoedsituatie worden verwacht dat een voertuig pal voor de ingang van de tandartsenpraktijk geplaatst wordt. Volgens de heffingsambtenaar is daarvan in deze zaak geen sprake en is daarom de aanslag op terechte gronden opgelegd.
5. De rechtbank overweegt hierover als volgt. De parkeerbelasting is een objectieve belasting. Dit betekent dat persoonlijke omstandigheden van de betrokkene niet meewegen bij de vraag of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Dit ligt anders indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat sprake is van een noodsituatie of spoedeisende situatie (overmacht), waardoor iemand absoluut, feitelijk en fysiek, verhinderd is om de volgens de wet verschuldigde belasting te betalen. [2] De omstandigheden die eiseres daarover heeft aangevoerd, vallen daar naar het oordeel van de rechtbank niet onder. De rechtbank heeft begrip voor de situatie van eiseres, maar eiseres had voldoende mogelijkheid om bijvoorbeeld een parkeerapp te gebruiken. De rechtbank is van oordeel dat van overmacht geen sprake is. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Daarom blijft de uitspraak op bezwaar in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van het griffierecht en de proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.A. Barmentlo, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
16 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verordening parkeerbelastingen Almere 2024.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 oktober 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:9122.