ECLI:NL:RBMNE:2026:659
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Definitieve afkondiging afkoelingsperiode in WHOA-procedure voor mobiliteitsdienstverlener
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 27 januari 2026 de voorlopige afkoelingsperiode die op 8 januari 2026 was verleend aan [verzoekster] B.V. definitief afgekondigd voor de duur van vier maanden. Deze periode beschermt [verzoekster] tegen verhaalsmaatregelen van schuldeisers en het uitspreken van faillissement, zodat zij een akkoord kan voorbereiden en aanbieden aan haar schuldeisers.
[verzoekster] is een mobiliteitsdienstverlener die door coronamaatregelen en vertraagde mobiliteitsafspraken in financiële problemen is gekomen. Met een schuldenlast van circa € 8,9 miljoen en een negatief eigen vermogen, streeft zij via een WHOA-procedure naar een akkoord dat meer waarde oplevert dan een faillissement. De rechtbank achtte de afkoelingsperiode noodzakelijk om de bedrijfsvoering voort te zetten en het akkoord voor te bereiden.
De belangen van de gezamenlijke schuldeisers worden niet wezenlijk geschaad, mede omdat de cashflowprognose een stabiele positie laat zien en de zakelijke opdrachtgever [belanghebbende] U.A. geen bezwaar maakte tegen de afkoelingsperiode. De rechtbank zag geen aanleiding tot aanvullende voorzieningen en wees het verzoek toe conform artikel 376 Faillissementswet Pro.
De afkoelingsperiode gaat in op 8 januari 2026 en houdt in dat schuldeisers geen verhaalsmaatregelen mogen treffen zonder toestemming van de rechtbank en dat faillissementsverzoeken worden geschorst. Hiermee krijgt [verzoekster] de ruimte om het akkoord binnen twee maanden aan te bieden.
Uitkomst: De rechtbank heeft de voorlopige afkoelingsperiode definitief afgekondigd voor vier maanden om de voorbereiding van een akkoord mogelijk te maken.