ECLI:NL:RBMNE:2026:650

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
11976153 UB VERZ 25-471 H
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • P.J. Elferink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:209 lid 1 BW
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelbeschikking op verzoek tot opheffing vereffening nalatenschap wegens kennelijke fout

In deze zaak heeft Stichting Veritas, als beschermingsbewindvoerder en belanghebbende in de nalatenschap van een overledene, een verzoek ingediend tot opheffing van de vereffening van de nalatenschap ex artikel 4:209 lid 1 BW Pro. Bij beschikking van 20 januari 2026 werd op dit verzoek beslist.

Na de beschikking merkte de gemachtigde van verzoeker op dat in de beschikking een verkeerd jaartal was vermeld. De kantonrechter oordeelde dat sprake was van een kennelijke fout die eenvoudig te herstellen viel. Daarom werd op 3 februari 2026 een herstelbeschikking gegeven.

De herstelbeschikking wijzigde het jaartal in de beschikking van 20 januari 2026 in de relevante onderdelen, waaronder het dictum, van het foutieve jaartal naar het juiste jaartal. Deze correctie werd vastgelegd op de minuut van de oorspronkelijke beschikking. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: De kantonrechter herstelt de kennelijke fout in de beschikking van 20 januari 2026 door correctie van het jaartal in het dictum en de beschikkingstekst.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 11976153 UB VERZ 25-471
Beschikking van 3 februari 2026
Inzake het verzoek van:
Stichting Veritas,
gevestigd in Rotterdam,
handelend als beschermingsbewindvoerder over het vermogen van:
[verzoeker],
wonend in [woonplaats] ,
gemachtigde mr. P.M. Boiten, advocaat,
verder te noemen: verzoeker.
Verzoeker heeft het verzoek gedaan in hoedanigheid van belanghebbende in de nalatenschap van:
[erflater] ,geboren in [geboorteplaats] op [1954] , overleden in [plaats] op [2025] , laatst gewoond hebbend in [woonplaats] , verder te noemen: erflater.
Ook als belanghebbende wordt aangemerkt:
[belanghebbende],
wonend in [woonplaats] ,
hierna: de andere belanghebbende.

1.De beoordeling

1.1.
Bij beschikking van 20 januari 2026 is een beslissing genomen op het verzoek om opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater ex artikel 4:209 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
1.2.
De gemachtigde van verzoeker heeft op 28 januari 2026 per e-mail aan de griffie van deze rechtbank gemeld dat een verkeerd jaartal wordt genoemd in het de beschikking.
1.3.
De kantonrechter is van oordeel dat in de beschikking van 20 januari 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent, zodat als volgt wordt beslist.

2.De beslissing

De kantonrechter
2.1.
bepaalt dat in de beschikking van 20 januari 2026 in 3.6. en in het dictum de datum wordt gewijzigd van: “
27 mei 2025” naar “
27 mei 2026”;
2.2.
bepaalt dat deze verbetering onder vermelding van de datum 3 februari 2026 wordt vermeld op de minuut van de beschikking van 20 januari 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Elferink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.