ECLI:NL:RBMNE:2026:640

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
UTR 26/308
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArtikel 18.1 Omgevingsplan Stichtse VechtArtikel 4.4 Verordening fysieke leefomgeving Stichtse Vecht 2023Artikel 10 Algemene Mandaatbesluit Stichtse Vecht 2021
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder bestuursdwang verwijderen tent wegens strijd met planregels

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland heeft op 6 februari 2026 uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening tegen een last onder bestuursdwang van het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht. Het college had aan verzoeker gelast om een tent te verwijderen die in strijd was met het omgevingsplan en de APV.

Verzoeker betwistte de rechtsgeldigheid van het besluit en voerde bijzondere omstandigheden aan om handhaving te voorkomen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar van verzoeker geen redelijke kans van slagen heeft. Hoewel verzoeker een verzoek om vrijstelling van griffierecht indiende vanwege betalingsonmacht, werd dit toegewezen.

De voorzieningenrechter erkende het spoedeisend belang van verzoeker, omdat hij zijn tent moet verwijderen, maar vond dat het besluit rechtsgeldig was genomen en dat de begunstigingstermijn voldoende was verlengd. De voorzieningenrechter hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verzoeker en wees op een tijdelijke oplossing via een wintercamping.

Uiteindelijk werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waardoor verzoeker uiterlijk 6 februari 2026 de tent moest verwijderen. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verzoeker moet de tent uiterlijk 6 februari 2026 verwijderen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/308
uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 februari 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht

(gemachtigde: mr. C. Brons).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college om aan verzoeker een last onder bestuursdwang op te leggen.
1.1.
Het college heeft met het besluit van 15 januari 2026 aan verzoeker gelast om binnen één week de tent waarin verzoeker verblijft en die staat ter hoogte van perceel [nummer] te [plaats] (het perceel) te verwijderen en verwijderd te houden (het bestreden besluit). Aan verzoeker is eerder, op 8 januari 2026, het voornemen hiertoe bekend gemaakt. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening verzocht tegen het bestreden besluit.
1.2.
Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker en de gemachtigde van het college, vergezeld door [A] .

Het geschil

2. Het college heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat verzoeker in een tent verblijft op het perceel, terwijl dit in strijd is met de planregels [1] en de Apv. [2] Verzoeker is het hier niet mee eens. In de eerste plaats vindt hij dat het besluit niet rechtsgeldig is. Daarnaast vindt verzoeker dat er in dit geval bijzondere redenen zijn op grond waarvan het college van handhaving moet afzien.
Begunstigingstermijn
2.2
Het college heeft in het primaire besluit aanvankelijk bepaald dat verzoeker de overtreding binnen één week na datum besluit (15 januari 2026) ongedaan moet maken. De begunstigingstermijn is daarna verlengd. Dit is voor het laatst tijdens de zitting gebeurd, waar het college heeft toegezegd te zullen wachten tot ná 6 februari 2026, de dag dat de voorzieningenrechter uitspraak doet.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Beroep op betalingsonmacht (bobog)
3. Verzoeker heeft aangegeven het griffierecht niet te kunnen betalen. De voorzieningenrechter vat dit op als een verzoek om vrijstelling van betaling van het griffierecht. Ter onderbouwing hiervan heeft verzoeker tijdens de zitting verklaard over zijn financiële situatie. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat het aannemelijk is dat verzoeker het griffierecht niet kan betalen en dat het niet betalen van het, in beginsel wel verschuldigde, griffierecht in dit geval verschoonbaar is. De voorzieningenrechter zal het verzoek om vrijstelling van betaling van het griffierecht daarom toewijzen.
Toetsingskader
4. Voor het treffen van een voorlopige voorziening tijdens de bezwaarprocedure is in beginsel alleen aanleiding als het besluit waartegen bezwaar is gemaakt zo gebrekkig is dat het in bezwaar naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet of niet volledig in stand kan blijven. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen daarom als eerste of de bezwaargronden van verzoeker een redelijke kans van slagen hebben. Vervolgens weegt de voorzieningenrechter de belangen van verzoeker die pleiten vóór het treffen van een voorlopige voorziening en de belangen van het college die het algemeen belang dient die pleiten tegen het treffen daarvan tegen elkaar af. Hoe zekerder de voorzieningenrechter is dat het besluit waartegen bezwaar is gemaakt in stand kan blijven, hoe minder ruimte er bij deze belangenafweging is voor de belangen van verzoeker. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.
Spoedeisend belang
5. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter tijdens een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige voorziening treffen als ‘onverwijlde spoed’ dat gelet op de betrokken belangen vereist.
5.1
Volgens het college is geen sprake van een onomkeerbare situatie, waardoor het spoedeisend belang ontbreekt. De tent is namelijk eenvoudig te demonteren en verwijderen.
5.2
De voorzieningenrechter neemt aan dat verzoeker wel spoedeisend belang heeft. Hij moet binnen de (verlengde) begunstigingstermijn zijn tent verwijderen en verplaatsen, want anders zal het college dit op kosten van verzoeker doen. Een tent is inderdaad eenvoudig te verwijderen, maar verzoeker woont in zijn tent en hij moet wel ergens naar toe. Verzoeker kan daarom worden ontvangen in zijn verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot een voorlopige voorziening af. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekers bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en ziet in de belangen van verzoeker geen aanleiding om toch een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter legt dit hierna uit.
6.1
Verzoeker heeft niet betwist dat hij met zijn tent op het perceel staat, terwijl dit op grond van het omgevingsplan niet is toegestaan. [3] Hij moet daar dus weg. Het college heeft de begunstigingstermijn verlengd tot en met de dag van deze uitspraak (6 februari 2026). Verzoeker weet in ieder geval sinds 8 januari 2026 dat hij niet met zijn tent mag verblijven op het perceel. De (ter zitting verlengde) termijn tot 6 februari 2026 is niet te kort. Het bestreden besluit en het voornemen zijn elektronisch ondertekend en dus niet voorzien van een natte handtekening, maar wel rechtsgeldig. De manager is gemandateerd om de besluiten namens het college te nemen en mr. C. Brons is als ambtenaar (medewerker) van de gemeente Stichtse Vecht bevoegd. [4] Dit maakt de besluiten niet onrechtmatig.
6.2
De voorzieningenrechter heeft oog voor de situatie waarin verzoeker verkeert en heeft dan ook tijdens de zitting aan het college te kennen gegeven dat in deze winterperiode een aanvaardbare oplossing noodzakelijk is. Verzoeker moet wel ergens anders naar toe kunnen. Verzoeker heeft duidelijk gemaakt dat hij om meerdere redenen niet (tijdelijk) naar een daklozenopvang in Utrecht wil. Tijdens de zitting is aan de orde gekomen dat de wintercamping [plaats] [5] met tussenkomst van de Tussenvoorziening en het college voor verzoeker een aanvaardbare oplossing voor korte termijn kan zijn. Hoewel dit geen oplossing op lange termijn is, maakt dit wel op korte termijn een einde aan deze illegale situatie. De camping is weliswaar iets verder gelegen van Maarssen, maar deze camping is in de wintermaanden geopend en beschikt -anders dan een tent langs de weg- over voorzieningen. Verzoeker heeft tijdens de zitting aangegeven dat hij over een fiets beschikt en lichamelijk ook in staat is om met zijn fiets van [plaats] naar [plaats] te gaan. Verzoeker heeft gewezen op zijn bijzondere omstandigheden, namelijk dat hij eerder met zijn tent is weggestuurd zonder besluit, dat hij lang moest wachten totdat aan hem een bijstandsuitkering werd toegekend en dat de besluitvorming over de tent snel is gegaan. Verder heeft hij gewezen op zijn leeftijd en gezondheid. Deze omstandigheden zijn niet onbegrijpelijk, maar deze maken het besluit niet onrechtmatig. Uiteindelijk moet de voorzieningenrechter beoordelen of het bestreden besluit in bezwaar rechtens in stand zal blijven en alles afwegende is dit het geval.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat verzoeker uiterlijk 6 februari 2026 de tent waarin hij verblijft en die staat ter hoogte van het perceel moet verwijderen en verwijderd moet houden. Voor vergoeding van het griffierecht, een schadevergoeding of een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2026 door
mr. J.W. Veenendaal, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. van Manen, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 18.1 van het omgevingsplan Stichtse Vecht, onderdeel Maarssen Dorp woongebied rust op de grond de bestemming ‘verkeer’.
2.Artikel 4.4 van de Verordening fysieke leefomgeving Stichtse Vecht 2023.
3.Op grond van artikel 18.1 van het omgevingsplan Stichtse Vecht, onderdeel Maarssen Dorp woongebied rust op de grond de bestemming ‘verkeer’ en artikel 4.4 van de Verordening fysieke leefomgeving Stichtse Vecht 2023.
4.Op grond van artikel 10 van Pro het Algemene Mandaatbesluit Stichtse Vecht 2021.
5.Boerderij camping [naam] aan de [adres] te [postcode] [plaats] .