Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de brief (akte) van [eiser] met daarbij een akte van depot;
- de antwoordakte van [gedaagde] .
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
uiterlijk op 25 maart 2026) een afschrift aan [eiser] te verstrekken van:
- de boedelbeschrijving, met bewijsstukken betreffende de schulden en de kosten van de uitvaart en een taxatierapport betreffende het onroerend goed;
- een bankafschrift van alle bankrekeningen van erflater met het saldo op de overlijdensdatum;
- een overzicht van de polissen levensverzekeringen en de uitkeringen die in verband daarmee zijn gedaan;
- de aangifte erfbelasting;
- een opgave van alle giften die erflater tijdens zijn leven heeft gedaan;
- alle bankafschriften vanaf zeven jaar voor overlijden van erflater of vanaf een latere datum als blijkt dat de desbetreffende bank daar (deels) niet meer over beschikt, in dat laatste geval dient [gedaagde] hiervan een schriftelijke onderbouwing (een verklaring van de bank) aan [eiser] te verstrekken;
- de aangiften inkomstenbelasting in de periode van zeven jaar voor overlijden van erflater;
- de boedelbeschrijving van de nalatenschap van de vooroverleden echtgenote van erflater en de aangifte erfbelasting in die nalatenschap;