ECLI:NL:RBMNE:2026:604
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen handhavingsbesluit gemeente Almere
Verzoekers, gezamenlijk eigenaar van een pand in Almere, verzochten om een voorlopige voorziening tegen een handhavingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Almere. Dit besluit verplichtte hen maatregelen te treffen om het pand ontoegankelijk te maken voor onbevoegden en stelde een dwangsom in bij niet-naleving.
Na bezwaar herzag het college het besluit deels, maar handhaafde de last met een dwangsom van maximaal €150.000,-. Verzoekers stelden dat zij al voldaan hadden aan de last en dat invordering van de dwangsom tot een acute financiële noodsituatie zou leiden, waardoor een spoedeisend belang bestond.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak omdat het college stelde dat de maximale dwangsom inmiddels was verbeurd en een invorderingsbesluit voorlag. Een voorlopige voorziening kon de invordering niet meer voorkomen. De beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit en de dwangsommen behoort tot de bodemprocedure.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en sprak geen proceskostenveroordeling uit. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het handhavingsbesluit is afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.