ECLI:NL:RBMNE:2026:602

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
UTR 25/6894
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep parkeerbelasting

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 6 maart 2026 het verzoek van verzoeker om vergoeding van proceskosten in een bestuursrechtelijke zaak over een naheffingsaanslag parkeerbelasting.

Verweerder had op 10 november 2025 een beslissing op bezwaar genomen, waarna verzoeker in beroep ging. Op 5 december 2025 vernietigde verweerder de naheffingsaanslag, waarna verzoeker op 10 december 2025 het beroep introk en proceskostenvergoeding vroeg.

De rechtbank overwoog dat alleen kosten gemaakt door een professionele juridische hulpverlener vergoed kunnen worden. Omdat verzoeker geen advocaat of andere professionele hulpverlener had ingeschakeld, konden geen kosten worden vergoed. Wel moet verweerder het griffierecht van €53,- aan verzoeker betalen. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen professionele juridische hulpverlener is ingeschakeld.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6894

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker,

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. Verweerder heeft op 10 november 2025 een beslissing op bezwaar genomen. Verzoeker is hiertegen in beroep gegaan. Op 5 december 2025 heeft verweerder medegedeeld dat de onderhavige in geschil zijnde naheffingsaanslag parkeerbelasting is vernietigd. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft op 10 december 2025 het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
3. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
4. Alleen de kosten die gemaakt zijn door een professionele (juridische) hulpverlener kunnen worden vergoed. Omdat verzoeker geen advocaat of andere professionele juridische hulpverlener heeft, zijn er ook geen kosten die vergoed kunnen worden.
5. Verweerder moet wel het griffierecht van € 53,- aan verzoeker betalen. Dit volgt rechtstreeks uit de wet (artikel 8:41 Awb Pro). Verzoeker kan zich hiervoor tot verweerder wenden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
J.M.J. Kooistra, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.